Eiser, woonachtig in Duitsland en werkzaam voor de Nederlandse overheid, verzocht om voortzetting van de Nederlandse socialezekerheidswetgeving na 1 mei 2020. Verweerder wees dit verzoek af omdat vanaf die datum de Duitse wetgeving van toepassing is volgens Verordening (EG) nr. 883/2004.
De rechtbank overwoog dat de toepasselijke regelgeving duidelijk is en dat de overgangsregeling van artikel 87, achtste lid, van Verordening 883/2004 eindigde op 1 mei 2020. Een uitzondering op grond van artikel 16, eerste lid, van deze verordening is niet mogelijk omdat eiser de AOW-leeftijd pas in 2028 bereikt, ruim na de in het beleid gestelde termijn van 44 maanden.
Hoewel eiser financieel nadeel ondervindt, is dit geen grond voor een uitzondering. De rechtbank bevestigt dat verweerder het beleid correct heeft toegepast en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter A. Rodriguez Galvis op 10 juli 2023.