Uitspraak
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
geliketen twee berichten over haar heeft gestuurd naar een vriendin van [slachtoffer 6] (in 2020 en januari 2021). Uit de aangifte van [slachtoffer 6] blijkt dat zij in januari 2021 via Instagram een bericht kreeg van verdachte waarin stond dat hij verliefd op haar is en dat zij toen heeft gezegd dat zij geen berichten van hem meer wilde krijgen. Daarna zouden er alleen nog foto’s (op Facebook) van haar zijn
geliket, zonder dat er berichten zijn verstuurd door verdachte. Vervolgens reageerde verdachte in maart 2022 op een foto van [slachtoffer 6] die was geplaatst op het account van iemand anders en heeft verdachte ook een foto van [slachtoffer 6] geplaatst op zijn eigen account, maar heeft hij die een paar uur later vrijwillig verwijderd. Aangezien er over een periode van twee jaar via sociale media een paar berichten zijn gestuurd en geplaatst, er veel tijd tussen de contactmomenten zat en aan het geven van enkele
likesaan op sociale media geplaatste foto’s en berichten weinig betekenis toekomt, is naar het oordeel van de rechtbank met betrekking tot aangeefster [slachtoffer 6] nog geen sprake van stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIbewezen dat verdachte:
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
9 (negen) maanden.
5 (vijf) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
3 (drie) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.