De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 maart 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit tegen een verdachte geboren in 1987. Het EAB betreft de uitvoering van een vrijheidsstraf van één jaar en vijf maanden, waarvan nog ruim een jaar resteert. De verdachte verscheen ter zitting en werd bijgestaan door een advocaat en een Poolse tolk.
De rechtbank onderzocht of aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, met name de dubbele strafbaarheid van de feiten. De feiten betreffen poging tot diefstal met braak en meermalen opzettelijk handelen in strijd met het Opiumwetverbod. De verdediging voerde aan dat het bezit van 2,89 gram cannabis niet strafbaar zou zijn in Nederland vanwege het gedoogbeleid, en dat overlevering daarom moest worden geweigerd.
De rechtbank oordeelde echter dat het gedoogbeleid niet relevant is voor de toetsing van dubbele strafbaarheid; het gaat erom of het feit strafbaar is in Nederland. Aangezien dat het geval is, werd het verweer verworpen. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan alle wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering werd daarom toegestaan.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing werd op 5 april 2023 in het openbaar uitgesproken door de rechtbank Amsterdam.