ECLI:NL:RBAMS:2023:4383

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
12 juli 2023
Zaaknummer
13/115694-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse staatsburger op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens fraude en vervalsing

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 maart 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit wegens vermoedelijke fraude en vervalsing. De opgeëiste persoon, een Nederlandse staatsburger, verscheen bij de zitting en werd bijgestaan door een advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn conform de Overleveringswet.

Het EAB betreft een arrestatiebevel voor voorarrest van januari 2022 en valt onder de strafbare feiten vermeld in bijlage 1 van de Overleveringswet, waaronder fraude die de financiële belangen van de Europese Gemeenschap schaadt en vervalsing van de euro. Omdat de maximale straf in Duitsland ten minste drie jaar bedraagt, is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten.

De rechtbank stelde vast dat de garantie van de Duitse justitiële autoriteit voldoende is dat de opgeëiste persoon, indien veroordeeld, de straf in Nederland kan uitzitten. Er waren geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. Daarom werd de overlevering toegestaan.

De uitspraak is gedaan door drie rechters en is onherroepelijk. De procedure verliep conform de artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse staatsburger aan Duitsland toe wegens fraude en vervalsing met voldoende garanties voor strafuitvoering in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/115694-22
RK nummer: 23/227
Datum uitspraak: 5 april 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 februari 2022 door het
Amtsgericht München(Duitsland) hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres], [plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 maart 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Referte

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel op voorarrest van het
Amtsgericht Münchenvan 24 januari 2022, dossiernummer Er V Gs 785/22.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

5.Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummers 8 en 10, te weten:
fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
vervalsing met inbegrip van namaak van de euro
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.
De Leidinggevend Hoofdofficier van Justitie München heeft op 19 januari 2023 de volgende garantie gegeven:
‘Overleveringsverkeer met het Koninkrijk der Nederlanden;
Hier: Overlevering van de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag]1982 in [geboorteplaats]
[..]
Voor zover de vervolgde na haar (de rechtbank begrijpt: zijn) rechtsgeldige veroordeling door een Duitse rechter instemt met haar (de rechtbank begrijpt: zijn) overplaatsing naar Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de straf, wordt hierbij toegezegd, dat hij de straf daar kan uitzitten.’
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht München(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. R. Godthelp en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 april 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.