De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 maart 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit wegens vermoedelijke fraude en vervalsing. De opgeëiste persoon, een Nederlandse staatsburger, verscheen bij de zitting en werd bijgestaan door een advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn conform de Overleveringswet.
Het EAB betreft een arrestatiebevel voor voorarrest van januari 2022 en valt onder de strafbare feiten vermeld in bijlage 1 van de Overleveringswet, waaronder fraude die de financiële belangen van de Europese Gemeenschap schaadt en vervalsing van de euro. Omdat de maximale straf in Duitsland ten minste drie jaar bedraagt, is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten.
De rechtbank stelde vast dat de garantie van de Duitse justitiële autoriteit voldoende is dat de opgeëiste persoon, indien veroordeeld, de straf in Nederland kan uitzitten. Er waren geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. Daarom werd de overlevering toegestaan.
De uitspraak is gedaan door drie rechters en is onherroepelijk. De procedure verliep conform de artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.