Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde 2 in de hoofdzaak en eiser 2 in de vrijwaringszaak],
[gedaagde 3 in de hoofdzaak en eiser 3 in de vrijwaringszaak],
[gedaagde 4 in de hoofdzaak en eiser 4 in de vrijwaringszaak],
[gedaagde 2 in de hoofdzaak en eiser 2 in de vrijwaringszaak],
[gedaagde 3 in de hoofdzaak en eiser 3 in de vrijwaringszaak],
[gedaagde 4 in de hoofdzaak en eiser 4 in de vrijwaringszaak],
1.De procedure in de hoofdzaak
- het tussenvonnis van 3 augustus 2022, met de daarin genoemde stukken,
- de akte na tussenvonnis van [eiseres] van 28 september 2022,
- de akte na tussenvonnis van NN van 28 september 2022,
- de akte naar aanleiding van de beslissing bij randnummer 5.24 van het vonnis van
- de antwoordakte van Qyom c.s. van 26 oktober 2022,
- de antwoordakte na tussenvonnis van NN van 9 november 2022,
- de antwoordakte van [eiseres] van 9 november 2022.
2.De procedure in de vrijwaringszaak
3.De verdere beoordeling
In de hoofdzaak
in dit concrete geval.
4.De beslissing
b. Zo nee, wat is hiervan het (medische) gevolg?
- de deskundige dient
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen
- partijen kunnen desgewenst
- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag
- indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- dat de deskundige [eiseres] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van haar inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder Pro b BW en, indien [eiseres] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [eiseres] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [eiseres] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of [eiseres] gebruik wil maken van haar blokkeringsrecht (waarbij [eiseres] zich van commentaar op het concept moet onthouden),
- dat, indien [eiseres] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van haar blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,
- dat, indien [eiseres] geen gebruik maakt van haar inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden
4 oktober 2023,