ECLI:NL:RBAMS:2023:4544
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opheffing inreisverbod Oekraïense burger wegens mensensmokkel
Een Oekraïense burger is veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf wegens mensensmokkel gepleegd in 2019. Naar aanleiding daarvan is op 11 november 2020 een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De eiser heeft dit inreisverbod niet aangevochten, maar verzocht op 18 november 2022 om opheffing ervan. De staatssecretaris wees dit verzoek af op 16 januari 2023, omdat eiser niet tien jaar buiten Nederland en de EU verbleef en geen bijzondere omstandigheden had aangetoond.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 23 juni 2023. Eiser liet zijn eerdere beroepsgrond dat hij aan de voorwaarden van artikel 6.5b Vb voldeed vallen. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat de rechtmatigheid van het inreisverbod vaststaat en geen actuele beoordeling van gevaar voor de openbare orde plaatsvindt.
Eiser voerde verder aan dat het inreisverbod tijdelijk opgeheven moet worden op humanitaire gronden vanwege de oorlog in Oekraïne en familieomstandigheden. De rechtbank oordeelde dat eiser geen directe rechten aan de Terugkeerrichtlijn kan ontlenen en onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een uitzonderlijk en dringend geval. Ook is er geen aanleiding om af te wijken van het beleid. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.