Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
- de vrouw met mr. Schmidt,
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn de ouders van drie minderjarige kinderen die gezamenlijk gezag hebben. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder, zoals bepaald in de echtscheidingsbeschikking van juni 2021. De vader is in het bezit van de reisdocumenten van de kinderen, maar weigert deze af te geven aan de moeder.
De moeder vordert in kort geding dat de vader wordt veroordeeld om binnen drie dagen de paspoorten en ID-kaarten van de kinderen aan haar af te geven, op straffe van een dwangsom. De vader voert aan dat hij vreest dat de moeder met de kinderen naar Syrië zal vertrekken, maar deze vrees is niet onderbouwd en wordt gemotiveerd betwist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het zinvol is dat de identiteitsdocumenten bij de moeder zijn, aangezien de kinderen bij haar verblijven en zij de documenten nodig heeft voor reizen en legitimatie. De vrees van de vader wordt niet gegrond bevonden. Daarom wordt de vordering toegewezen met een dwangsom van € 100 per dag tot maximaal € 10.000. De kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vader is veroordeeld om binnen drie dagen de paspoorten en ID-kaarten van de kinderen aan de moeder af te geven, met een dwangsom bij niet-naleving.