ECLI:NL:RBAMS:2023:47
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-vervolguitkering na bezwaar UWV
Eiser vroeg een WIA-uitkering aan, die door het UWV aanvankelijk werd afgewezen met een arbeidsongeschiktheid van 2,30%. Na bezwaar en een gewijzigde beslissing kende het UWV een WGA-vervolguitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 36,66%. Eiser betwistte deze mate van arbeidsongeschiktheid en voerde medische en arbeidskundige bezwaren aan, waaronder beperkingen in fijne motoriek en de geschiktheid van geduide functies.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk was vanwege gebrek aan belang, maar dat het beroep tegen het tweede besluit inhoudelijk moest worden beoordeeld. De medische en arbeidskundige rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vormden een deugdelijke grondslag. De rechtbank vond de beperkingen van eiser onvoldoende onderbouwd om de FML aan te passen en vond de geduide functies passend en verschillend genoeg volgens het Schattingsbesluit.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 36,66% terecht was en wees het beroep van eiser af. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter Broekhuis op 6 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit is ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 36,66%.