Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning tot legalisatie van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing op haar appartement in Amsterdam. Verweerder heeft deze vergunning geweigerd omdat de beglazing in strijd is met het bestemmingsplan, aangezien het balkon niet binnen de bestemming 'Water' past en de beglazing als een ongewenste ruimtelijke ingreep wordt gezien.
De rechtbank toetst terughoudend of verweerder de weigering in redelijkheid kon uitspreken en concludeert dat de balkonbeglazing inderdaad een verdere afwijking van het bestemmingsplan vormt. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het advies van de stedenbouwkundige heeft gevolgd, die stelde dat de beglazing het uiterlijk van het balkon negatief beïnvloedt en een ongewenst precedent kan scheppen.
Eiseres stelde dat haar belangen onvoldoende waren meegewogen en dat er sprake was van willekeur en schending van het vertrouwensbeginsel, maar de rechtbank verwierp deze gronden. Verweerder heeft het individuele belang van eiseres afgewogen tegen het belang van de woonomgeving en rechtszekerheid van omwonenden. De rechtbank achtte de belangenafweging voldoende gemotiveerd en vond geen sprake van willekeur of schending van het vertrouwensbeginsel.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Verberne op 19 juli 2023.