In deze strafzaak tegen meerdere bezwaarden wegens overtreding van de EU-verordening nr. 995/2010 (EUTR) over het op de markt brengen van illegaal gewonnen hout, verzochten de verdedigers het horen van vijf getuigen. De rechter-commissaris wees het verzoek voor vier getuigen deels af. De bezwaarden trokken het bezwaar in voor twee getuigen, zodat het bezwaar zich richtte op het horen van twee specifieke getuigen die een controlerende rol hadden in het zorgvuldigheidsstelsel.
De verdediging stelde dat het dossier onvolledig was en dat deze getuigen konden verklaren over aanvullende informatie en controlemaatregelen die niet in het strafdossier waren opgenomen. Dit was relevant voor de beoordeling van de naleving van het zorgvuldigheidsstelsel en mogelijk voor de strafmaat.
Het openbaar ministerie betoogde dat het horen van deze getuigen niet relevant was omdat alle relevante documenten reeds waren opgevraagd en de bezwaarden niet voldeden aan de vereisten. De rechtbank oordeelde echter dat het horen van de getuigen wel van belang kan zijn voor de beoordeling van de ernst van de overtreding en daarmee de strafmaat.
De rechtbank vernietigde de beslissing van de rechter-commissaris en bepaalde dat de getuigen binnen een redelijke termijn gehoord moeten worden, hetzij in Nederland, hetzij via videoconferentie. Dit oordeel houdt rekening met het feit dat de getuigen zich in het buitenland bevinden buiten de EU.