Uitspraak
Toepassing schuldsanering
De beslissing
[verzoeker] ,
en tot bewindvoerder BMN (mr. M. Menzing), [adres 2] ;
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, een 42-jarige man uit Amsterdam, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een forse schuld van circa €340.500, waarvan het merendeel (€331.800) bestaat uit een vordering van zijn ex-partner. Deze schuld is ontstaan doordat verzoeker tussen april 2019 en november 2020 zonder toestemming geld van de betaal- en spaarrekening van zijn ex-partner heeft gebruikt voor online gokken.
De rechtbank constateert dat verzoeker verwijtbaar heeft gehandeld bij het ontstaan van deze schuld, maar erkent dat hij inmiddels succesvol een traject bij Jellinek heeft afgerond om van zijn gokverslaving af te komen. Verzoeker heeft ook getracht zijn schulden af te lossen door verkoop van roerende zaken, overdracht van zijn tuinhuis en het nemen van een bijbaan. Door loonbeslag en vaste lasten kon hij echter niet aan alle betalingsverplichtingen voldoen, wat leidde tot verdere schulden.
De rechtbank acht verzoeker ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden voldoende te goeder trouw, mede omdat hij zich inspant om zijn situatie te verbeteren en bereid is een langere looptijd van de schuldsaneringsregeling te accepteren. Daarom wordt op grond van artikel 349a lid 1 Faillissementswet een verlengde looptijd van drie jaar vastgesteld, in plaats van de gebruikelijke 18 maanden.
De rechtbank wijst de schuldsaneringsregeling toe, benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en geeft de bewindvoerder bevoegdheden zoals het openen van post gericht aan verzoeker en het ontvangen van een voorschot op het salaris.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schuldsaneringsregeling toe met een verlengde looptijd van drie jaar vanwege de aard van de schulden en de inspanningen van verzoeker.