ECLI:NL:RBAMS:2023:5000
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens geluidsoverlast door bovenburen in huurwoning
De huurster woont sinds 2012 in een begane grond woning en ervaart sinds enige tijd geluidsoverlast van de bovenburen, met name veroorzaakt door hun vier jonge kinderen. Ondanks eerdere aanpassingen aan de vloer en gedragsaanwijzingen door de woningcorporatie, bleef de huurster overlast melden. Zij vorderde dat de woningcorporatie maatregelen zou nemen om het rustig huurgenot te waarborgen en rechtsmaatregelen tegen de bovenburen te treffen.
De kantonrechter stelt vast dat de geluidsoverlast vooral bestaat uit doorslaggeluiden en dat de bovenburen niet altijd aanwezig zijn. De corporatie heeft maatregelen genomen en is in gesprek met de bovenburen. De overlastmeldingen van de huurster betreffen vooral geluiden tot laat in de avond, maar het is onduidelijk of deze geluiden de grens van normale leefgeluiden overschrijden. In een kort geding kan dit niet worden vastgesteld.
Daarom oordeelt de kantonrechter dat niet aannemelijk is dat de corporatie tekort is geschoten in haar verplichtingen en wijst de vordering af. De huurster wordt veroordeeld in de proceskosten van de corporatie.
Uitkomst: De vordering van de huurster tegen de woningcorporatie wegens geluidsoverlast wordt afgewezen.