Deze civiele zaak betreft de terugvordering door Zilveren Kruis van persoonsgebonden budget (pgb)-gelden die aan [gedaagde] zijn uitgekeerd tussen 2015 en 2018. [gedaagde] ontving pgb-gelden voor zorg die zij zou inkopen bij Dolia Zorg B.V., een zorgaanbieder die in 2019 strafrechtelijk is veroordeeld voor fraude met pgb-gelden.
Zilveren Kruis stelt dat [gedaagde] niet voldeed aan haar verplichting om een pgb-administratie bij te houden en de gevraagde documenten te verstrekken, waardoor de rechtmatigheid van de zorguitgaven niet kon worden gecontroleerd. Dit leidde tot het oordeel dat het pgb onverschuldigd is betaald en terugbetaald moet worden.
De rechtbank oordeelt dat de verjaring niet is ingetreden omdat de fraude pas in 2017 aan het licht kwam. Verder is vastgesteld dat [gedaagde] onvoldoende medewerking heeft verleend aan het onderzoek en daarmee haar informatieplicht heeft geschonden. De sanctie van verval van het recht op uitkering is van toepassing omdat Zilveren Kruis door het gebrek aan informatie in haar redelijke belangen is geschaad.
De primaire vordering van Zilveren Kruis tot terugbetaling van €41.506,92 wordt toegewezen, evenals de onderzoekskosten van €517,50. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank wijst het beroep op schuldeisersverzuim en verjaring af en verwerpt het verweer dat Zilveren Kruis mede verantwoordelijk zou zijn voor de schade.