De rechtbank Amsterdam heeft op 26 juli 2023 uitspraak gedaan over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Dortmund, Duitsland, gericht op de overlevering van een persoon met de Egyptische nationaliteit die in Nederland verblijft. De opgeëiste persoon werd verdacht van een strafbaar feit dat valt onder moord, doodslag en zware mishandeling, waarvoor in Duitsland een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar geldt.
De verdediging voerde aan dat de opgeëiste persoon gelijkgesteld moest worden met een Nederlander, zodat hij bij veroordeling in Duitsland zijn straf in Nederland zou kunnen ondergaan. Dit werd onderbouwd met het feit dat hij sinds mei 2018 een verblijfsvergunning heeft en onafgebroken in Nederland verbleef. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gaf echter aan dat niet zonder meer kan worden uitgesloten dat een veroordeling tot verlies van het verblijfsrecht zou leiden.
De officier van justitie stelde dat de opgeëiste persoon niet gelijkgesteld kon worden omdat hij zich pas in oktober 2019 officieel in Nederland inschreef en dat het verlies van verblijfsrecht bij veroordeling naar verwachting zal plaatsvinden. De rechtbank volgde dit standpunt en wees het gelijkstellingsverweer af. Gezien het ontbreken van weigeringsgronden en het voldoen aan de wettelijke eisen, stond de rechtbank de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.