ECLI:NL:RBAMS:2023:5217
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. J.A.W. Jansen, bestuursrechter te Amsterdam, in verband met vermeende vooringenomenheid tijdens de behandeling van zijn bestuursrechtelijke zaak. Het verzoek richtte zich op de beslissing van de rechter om de zaak niet te schorsen en een (tussen)uitspraak te doen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat rechterlijke beslissingen zelf geen grond voor wraking kunnen vormen, tenzij er sprake is van een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid. Uit de zittingsaantekeningen bleek dat de rechter op zorgvuldige wijze heeft gehandeld en de procedure heeft toegelicht.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond is omdat de motivering van de rechter niet anders kan worden uitgelegd dan als onpartijdig. Er is geen sprake van een schending van de onpartijdigheid of van een vooringenomen houding. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd daarom achterwege gelaten en het verzoek werd afgewezen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde schijn van vooringenomenheid.