ECLI:NL:RBAMS:2023:5232

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
15 augustus 2023
Zaaknummer
C/13/737499 / HA RK 23-255
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 RvArt. 41 lid 2 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van vooringenomenheid toegewezen

Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend door een rechter in opleiding die was aangewezen als voorzitter van een meervoudige kamer in een civiele zaak. Het verzoek was gebaseerd op de vrees dat de rechter niet onpartijdig zou kunnen zijn vanwege een aansprakelijkstelling door een van de bij de zaak betrokken advocaten uit diens tijd als advocaat.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij werd vastgesteld dat een mondelinge behandeling niet noodzakelijk is. Verschoning dient ter verzekering van het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid.

De rechtbank concludeerde dat er een geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/737499 / HA RK 23- 255 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. S. Rozemeijer, rechter in opleiding bij het team familie en jeugd bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de rechtbank te Amsterdam is onder kenmerk C/13/734021 / FA RK 23-3324 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter in zijn hoedanigheid als voorzitter van een meervoudige kamer.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid kan zijn ontstaan.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 36 Rv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, omdat de rechter door een van de bij de zaak betrokken advocaten aansprakelijk is gesteld voor werkzaamheden daterend uit de tijd dat hij als advocaat werkzaam was.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met zaaknummer C/13/734021 / FA RK 23-3324 wordt voortgezet voor een andere rechter;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan:
 de (advocaten van) bij de zaak betrokken partijen;
 de rechter.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mr. A.W.J. Ros en M.V. Ulrici, leden, op 2 augustus 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.