De rechtbank Amsterdam heeft op 2 augustus 2023 een verzoek tot rechterlijke machtiging voor gedwongen opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1934 en lijdend aan een psychogeriatrische aandoening, toegewezen. Betrokkene vertoont ernstige symptomen van dementie die leiden tot ernstig lichamelijk en psychisch nadeel, waaronder verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De ambulante zorg is niet langer toereikend, waardoor opname noodzakelijk is.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden op het woonadres van betrokkene, werden verschillende betrokkenen gehoord, waaronder betrokkene zelf, haar raadsvrouw, een specialist ouderengeneeskunde, een casemanager, een huisarts en een dochter. Betrokkene gaf aan in te zien dat opname gewenst is, mits zij haar kat mee mag nemen; dit vormt een belangrijke voorwaarde voor haar medewerking.
De raadsvrouw pleitte primair afwijzing op basis van vrijwilligheid en subsidiariteit, en subsidiair om aanhouding van de behandeling om alternatieve huisvesting te zoeken. De rechtbank oordeelt echter dat de ernst van het nadeel en de onhoudbare thuissituatie ingrijpen rechtvaardigen. Er is geen minder ingrijpende maatregel beschikbaar en de machtiging wordt verleend voor zes maanden. De rechtbank benadrukt dat de uitvoering van de maatregel moet voldoen aan de beginselen van subsidiariteit, proportionaliteit en noodzaak, en dat er alles aan gedaan moet worden om een woonplek te vinden waar betrokkene haar kat kan meenemen.