Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:5350

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 juli 2023
Publicatiedatum
18 augustus 2023
Zaaknummer
AWB - 22 _ 5633
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing NOW-3 vanwege kasstelsel en factuurverantwoording ongegrond verklaard

Eiseres, een horecabedrijf, had een tegemoetkoming op grond van de NOW-3 aangevraagd wegens omzetverlies in het vierde kwartaal van 2020. Het UWV keerde een voorschot uit, maar wees de definitieve aanvraag af omdat het omzetverlies volgens het UWV minder dan 20% bedroeg. Eiseres stelde dat haar omzetverlies wel 20% was, omdat zij per abuis facturen uit september 2020 had meegenomen in de omzet van die periode.

De kern van het geschil was of deze facturen moesten worden toegerekend aan september of aan oktober 2020. Het UWV stelde dat de facturen betaald waren in oktober en dat het kasstelsel voor horecabedrijven geldt, waardoor omzet wordt verantwoord op het moment van betaling.

De rechtbank oordeelde dat het accountantsprotocol van de NOW-3 voorschrijft dat facturen volgens het kasstelsel moeten worden verantwoord als dat van toepassing is. Omdat eiseres een horecabedrijf is en het kasstelsel geldt, heeft het UWV de facturen terecht in oktober verantwoord. Hierdoor is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de NOW-3 aanvraag is ongegrond verklaard omdat het kasstelsel geldt en de facturen terecht in oktober zijn verantwoord.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/5633

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. drs. A.R.S. van der Flier),
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV),verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Op 15 september 2022 heeft het UWV de aanvraag van eiseres voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-3) afgewezen en een bedrag van € 2.742,- van eiseres teruggevorderd.
Op 31 oktober 2022 heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2023. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [eigenaren] eigenaren van eiseres. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 1 december 2020 heeft het UWV aan eiseres een tegemoetkoming op grond van de NOW-3 toegekend van € 3.426,-, waarvan € 2.742,- als voorschot is uitbetaald. Dit bedrag is een tegemoetkoming in de loonkosten van eiseres op basis van haar verwachte omzetverlies over de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020.
2. Op 5 juli 2022 heeft eiseres de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-3 aangevraagd. Daarbij heeft zij opgegeven dat zij over de periode oktober tot en met december 2020 19% omzetverlies heeft geleden.
3. Op 15 september 2022 heeft het UWV de definitieve aanvraag van eiseres afgewezen, omdat het omzetverlies van eiseres lager is dan 20%. Eiseres moet daarom het voorschot van € 2.742,- terugbetalen.
4. Eiseres voert aan dat haar omzetverlies 20% bedraagt en dat zij dus wel recht heeft op een tegemoetkoming op grond van de NOW-3. Bij controle is namelijk gebleken dat in het door haar opgegeven omzetbedrag per ongeluk ook facturen van 14 september 2020 en 28 september 2020 (de facturen) zijn meegenomen. Zonder deze facturen is sprake van een omzetverlies van 20%.
5. Het UWV heeft hiertegen aangevoerd dat is gebleken dat de facturen in de omzetperiode zijn betaald, namelijk op 5 oktober 2020 en 9 oktober 2020. Daarom zijn de betalingen als omzet aan te merken in de maand oktober 2020.
Beoordeling door de rechtbank
6. De vraag die de rechtbank in deze zaak moet beantwoorden is of het UWV de facturen terecht heeft meegenomen in de berekening van het omzetverlies van eiseres over de maanden oktober tot en met december 2020. De rechtbank vindt van wel. Zij legt dit hierna uit.
7. In het accountantsprotocol van de NOW-3 [1] is opgenomen dat de accountant vaststelt of de facturen in de juiste periode zijn verantwoord. Ook al zijn de facturen nog niet (of later) betaald of inbaar, dan moeten deze wel als omzet worden meegenomen. Dit is echter anders als sprake is van verantwoording op het kasstelsel.
8. Artikel 26 van Pro de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 bepaalt dat voor exploitanten van horecabedrijven het kasstelsel onverminderd geldt. Aangezien eiseres een horecabedrijf is, wordt de omzetbelasting verschuldigd op het tijdstip dat de vergoeding wordt voldaan en geldt het kasstelsel.
9. Op grond van het accountantsprotocol moeten de facturen dan ook worden meegenomen in de maand van betaling. Dat is in dit geval oktober. Dit betekent dat het UWV de facturen terecht heeft meegenomen in de berekening van het omzetverlies van eiseres over de maanden oktober tot en met december 2020.
10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, rechter, in aanwezigheid van
mr. T.W. Steenhoff, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Hoewel in de situatie van eiseres geen accountantsverklaring nodig is, ziet de rechtbank geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.