ECLI:NL:RBAMS:2023:5355

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 mei 2023
Publicatiedatum
20 augustus 2023
Zaaknummer
13/032529-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 304 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor mishandeling

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een Poolse opgeëiste persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de regionale rechtbank in Poznań. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden wegens mishandeling, waarbij de opgeëiste persoon de voorwaarden van reclasseringstoezicht niet heeft nageleefd.

Tijdens de procedure was de opgeëiste persoon aanvankelijk niet aanwezig vanwege ziekenhuisopname, maar deed later afstand van zijn recht op aanwezigheid. De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en nam kennis van de verklaring van zijn raadsvrouw dat er geen weigeringsgronden voor overlevering zijn. De rechtbank beoordeelde dat het EAB voldeed aan de formele eisen en dat de feiten onder Nederlandse wetgeving als mishandeling kwalificeren.

De rechtbank oordeelde dat geen beletselen of weigeringsgronden aanwezig zijn die de overlevering in de weg staan. Op grond van de Overleveringswet en de relevante wetsartikelen werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van tien maanden wegens mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/032529-23
Datum uitspraak: 3 mei 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 6 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 31 mei 2022 door
the Regional Court in Poznań(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [P.I.]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 4 april 2023
De voorgenomen behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 april 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. Zowel de opgeëiste persoon als zijn raadsvrouw, mr. A. Timorason, advocaat te Amsterdam, zijn niet ter zitting van de rechtbank verschenen. De behandeling van de zaak is op voorhand aangehouden aangezien de opgeëiste persoon in het ziekenhuis verbleef.
Zitting van 19 april 2023
De aangehouden behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 19 april 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. In het dossier bevindt zich een verklaring van de opgeëiste persoon van 18 april 2023 dat hij afstand doet van zijn recht om ter zitting van de rechtbank aanwezig te zijn.
De opgeëiste persoon is ter zitting vertegenwoordigd door de gemachtigde raadsvrouw, mr. A. Timorason, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Standpunt raadsvrouw

De raadsvrouw heeft opgemerkt dat er geen sprake is van weigeringsgronden of andere beletselen voor de overlevering.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
decision of 18 september 2017 of the District Court in Oborniki ordering the execution of the custodial sentence of then (de Rechtbank leest: ten) months handed down in the judgment of 24 november 2014 of the District Court in Szamotuly – 8th Criminal Division Branch with the seat in Oborniki, reference II Ko 519/17 en VIII K 328/14.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis van 24 november 2014 heeft geleid. Uit de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten van 17 april 2023 blijkt dat door
the District Court in Obornikivan
18 september 2017 de in eerste instantie opgelegde voorwaardelijke straf is omgezet in een onvoorwaardelijke straf van 10 maanden omdat de opgeëiste persoon de aan hem bij het vonnis van 24 november 2014 opgelegde voorwaarden van het reclasseringstoezicht niet is nagekomen.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [2]

5.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
mishandeling
en
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenoot en zijn kind, meermalen gepleegd

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 300 en 304 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Poznań(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en R.A. Sipkens, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 mei 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.