Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:5410

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 augustus 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
C/13/709460 / HA ZA 21-972
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering rekening en verantwoording tussen broers over beheer moederlijk vermogen

In deze civiele zaak vordert eiser dat zijn broer en schoonzus verantwoording afleggen over het beheer van het vermogen van hun moeder over een periode voorafgaand aan de instelling van bewindvoering. Eiser baseert zijn vordering op een vermeende overeenkomst van opdracht en subsidiair op zaakwaarneming.

De rechtbank oordeelt dat alleen de opdrachtgever bij een opdracht en degene voor wie zaken zijn waargenomen bij zaakwaarneming recht heeft op rekening en verantwoording. Aangezien de vermogensrechtelijke belangen van de moeder inmiddels door een bewindvoerder worden behartigd, kan alleen deze bewindvoerder dergelijke verantwoording vragen. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen.

De rechtbank merkt op dat de gedaagden niet beschikken over aanvullende stukken die aan eiser verstrekt kunnen worden, maar dat de bewindvoerder nog wel stukken kan opvragen. Eiser staat het vrij om deze te onderzoeken en eventueel een aparte procedure te starten. Vanwege de familiebanden tussen partijen compenseert de rechtbank de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Vordering tot rekening en verantwoording wordt afgewezen; partijen dragen eigen proceskosten.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/709460 / HA ZA 21-972
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 27 maart 2023
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. T. Spronk te Amsterdam,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] , gemeente Zuidplas,
gedaagden,
advocaat mr. G. van der Wende te Capelle aan den IJssel.
Eiser wordt [eiser] genoemd en gedaagden worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.
Op 25 mei 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij partijen afspraken hebben gemaakt over het inzien van financiële gegevens en is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating royement dan wel voortzetting comparitie. Partijen zijn het niet eens geworden over royement, daarom wordt de mondelinge behandeling voortgezet.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ingevolge de rolbeslissing van deze rechtbank van 11 januari 2023.
Tegenwoordig zijn mr. R.H.C. Jongeneel, rechter, en mr. E.M. Hansen-Löve, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen
  • mr. Spronk voornoemd,
  • [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,
  • mr. Van der Wende voornoemd,
  • mr. E.W. Hofman Bijvank, advocaat.
Van het verhandelde ter zitting is een apart proces-verbaal opgemaakt.
De rechter gaat over tot de mondelinge uitspraak.

1. De gronden van de beslissing

1.1.
In deze zaak vordert [eiser] het afleggen van rekening en verantwoording van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Hij heeft zich daartoe beroepen op een gestelde overeenkomst van opdracht, subsidiair op zaakwaarneming. Op beide grondslagen kan rekening en verantwoording worden gevorderd, echter alleen door de opdrachtgever bij opdracht en door degene voor wie de zaken zijn waargenomen bij zaakwaarneming. Omdat de vermogensrechtelijke belangen van moeder worden behartigd door een bewindvoerder, zal alleen de bewindvoerder rekening en verantwoording aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kunnen vragen. De vordering moet daarom worden afgewezen.
1.2.
Ten overvloede wordt nog het volgende opgemerkt. Uit het dossier blijkt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet beschikken over stukken die nog aan [eiser] verstrekt kunnen worden maar dat er nog wel stukken door de bewindvoerder kunnen worden opgevraagd. Het staat hem vrij deze te onderzoeken en daar zo nodig consequenties aan te verbinden. Daarvoor zal dan echter een afzonderlijke procedure nodig zijn. Dit betekent dat het ook met het oog op wat bij de schikking is afgesproken geen zin heeft om deze zaak aan te houden.
1.3.
Nu partijen familie van elkaar zijn ziet de rechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

2.De beslissing

2.1.
wijst het gevorderde af,
2.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Waarvan proces-verbaal,