ECLI:NL:RBAMS:2023:5546
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging noodopvang moeder met drie kinderen
Verzoekster verblijft sinds januari 2020 met haar drie minderjarige kinderen in de noodopvang. Na weigering van een woningaanbod heeft verweerder haar urgentieverklaring ingetrokken en het besluit genomen de noodopvang per 24 juli 2023 te beëindigen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder in het besluit onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de kinderen. Er is een reële kans dat bij vertrek uit de noodopvang de kinderen uit huis geplaatst worden en mogelijk gescheiden raken, wat schadelijk is. De overheid heeft op grond van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind een positieve verplichting om de belangen van kinderen te betrekken.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, zodat verzoekster en haar kinderen tot zes weken na de beslissing op bezwaar in de noodopvang mogen blijven. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en reiskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoekster mag met haar drie kinderen tot zes weken na de beslissing op bezwaar in de noodopvang blijven.