Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[adres] .
1.Onderzoek op de zitting
mr. R. Refos en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. S.T. Çaylak naar voren hebben gebracht.
2.Beschuldiging
primair: onder invloed van THC/cannabis als bestuurder van een personenauto geen voorrang heeft verleend aan een snorfietser op de kruising Radarweg/Kwadrantweg waardoor een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan de bestuurder van een snorfiets, te weten [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel is toegebracht;
bijlage Ivan dit vonnis opgenomen. De taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
3. Waardering van het bewijs
T-kruising van de Kwadrantweg en de Radarweg in Amsterdam een verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Bij dit ongeval was verdachte betrokken die als bestuurder van een personenauto op de rijbaan van de Kwadrantweg in de richting van de kruising reed. Ook was bij dit ongeval betrokken [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) die als bestuurder van een snorfiets over het fiets/bromfietspad op de Radarweg, komende uit de richting van de Basisweg en gaande in de richting van de Westhavenweg, reed. Gekomen ter hoogte van de kruising kwamen de auto en de snorfietser met elkaar in botsing. Als gevolg hiervan heeft [slachtoffer] traumatisch hersenletsel opgelopen.
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.Strafbaarheid
7.Motivering van de straffen
1 augustus 2023 is gebleken.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
100 (honderd) uur, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
50 (vijftig) dagen.
12 (twaalf) maanden. Beveelt dat deze bijkomende straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van
2 (twee) jaarvast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.