ECLI:NL:RBAMS:2023:5595

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2023
Publicatiedatum
31 augustus 2023
Zaaknummer
C/13/721593 / FA RK 22/5055
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag en vaststelling zorgregeling voor minderjarige kinderen

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de vader om samen met de moeder belast te worden met het ouderlijk gezag over hun twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2020. De moeder stemde in met het verzoek en de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming adviseerden eveneens toewijzing. De vader had reeds het gezag over het oudste kind erkend, terwijl de erkenning van het jongste kind nog niet was afgerond, maar de moeder gaf aan deze zelf digitaal te willen regelen.

De rechtbank oordeelde dat gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen is, omdat de ouders goed communiceren en samen afspraken maken, waardoor het risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders niet aannemelijk is. De rechtbank wees het verzoek tot gezamenlijk gezag toe voor het oudste kind en gaf vertrouwen dat de erkenning en het gezag over het jongste kind door de ouders zelf geregeld zullen worden.

Ten aanzien van de zorgregeling stelde de rechtbank vast dat partijen het eens zijn over het belang van een structurele omgangsregeling. De vader wenste wekelijks van zondag 11.00 uur tot dinsdagochtend 09.00 uur zorg, terwijl de moeder voorkeur had voor een stapsgewijze uitbreiding. De rechtbank volgde het advies van de Raad en de GI en legde een minimale regeling vast waarbij de kinderen wekelijks twee dagen en twee nachten bij de vader verblijven, met ruimte voor uitbreiding in onderling overleg en binnen het traject van de Blauwe Beer.

De rechtbank wees het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van het jongste kind af, omdat de moeder hier schriftelijk toestemming voor had gegeven en zelf de regie wilde houden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe en stelt een zorgregeling vast waarbij de kinderen wekelijks twee dagen en twee nachten bij de vader verblijven.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/721593 / FA RK 22/5055 (ED/JS)
Beschikking van 15 augustus 2023
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. A. Sangar,
tegen
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. A. El Aqde te Amsterdam.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.

1.De (verdere) procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder :
-het verzoek van de vader van 12 augustus 2022 met producties, waaronder het vonnis in kort geding van 14 juli 2022;
-een email van de zijde van de moeder van 15 november 2022 met als bijlage een schriftelijke toestemming aan de vader tot erkenning van [minderjarige 2] ;
-het raadsrapport van 13 juni 2023, opgemaakt naar aanleiding van voornoemd vonnis van de kort geding rechter van 14 juli 2022.
1.2.
De behandeling van de zaak stond gepland op 13 april 2023. De behandeling is alsdan aangehouden in afwachting van het raadsrapport.
1.3.
Bij afzonderlijk opgemaakte beschikking van de kinderrechter van heden is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] -aansluitend- verlengd tot 16 november 2023.
1.4.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft opnieuw plaatsgevonden op 15 augustus 2023, gelijktijdig met een verzoek van de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam (verder: de GI), tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (zaak- en rekestnummer C/731169 / JE RK 23-173);
Gehoord zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat de heer mr. A. Sangar,
- de advocaat van de moeder, mr. A. El Aqde;
- namens de GI: mw. [naam 1] en mw. [naam 2] ;
- namens de Raad: mw. [naam 3] .
De moeder is telefonisch gehoord.

2.De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, welke relatie medio 2021 is beëindigd.
Uit de relatie zijn de navolgende minderjarige kinderen geboren:
[minderjarige 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2018 en
[minderjarige 2] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2020.
De vader heeft [minderjarige 1] erkend.
De moeder heeft de vader -schriftelijk- toestemming gegeven om ook [minderjarige 2] te erkennen.

3.De verzoeken

3.1.
Het verzoek van de vader strekt er toe om met de moeder belast te worden met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Ook verzoekt de vader een regeling -zoals uitgewerkt in het verzoek- vast te stellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag met betrekking tot de toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken.

4.Het Raadsrapport

4.1.
De Raad heeft op 13 juni 2023 een rapport met advies uitgebracht. In dit rapport is de Raad op grond van de beantwoording van de onderzoeksvragen tot de volgende antwoorden en adviezen gekomen.
Is een wijziging in het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , van eenhoofdig gezag bij moeder, naar gezamenlijk gezag, in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
In het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] adviseert de Raad een wijziging in het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , van eenhoofdig gezag bij moeder naar gezamenlijk gezag, omdat ouders in hun rol als ouders weinig van visieverschillen over wat zij goed vinden voor de kinderen. Ouders hebben op dit moment goed contact met elkaar en willen de stijgende lijn voor de kinderen vasthouden. Ouders zijn het veelal eens over keuzes zoals opvoeding, medische verzorging, schoolkeuze en vrijetijdsbesteding van de kinderen. Wanneer ouders het niet met elkaar eens zijn lijken zij op dit moment de visieverschillen te respecteren en proberen zij tot een compromis te komen. De Raad ziet op dit moment geen belemmeringen die ervoor kunnen zorgen dat de kinderen klem of verloren zullen raken wanneer beide ouders met het gezag belast worden. De Raad adviseert de rechtbank om het verzoek van de vader om ouders gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over de minderjarigen, toe te wijzen.
Welke verdeling van de zorg en opvoedingstaken met vader is het meest in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
De Raad ziet dat ouders zelfstandig het contact tussen vader en de kinderen hersteld hebben en dat zij voornemens zijn om dit samen uit te breiden. Beide ouders geven hierbij aan dat zij dit stap voor stap willen doen. Ouders willen samen onderzoeken welke verdeling van de zorg- en opvoedtaken het beste bij de kinderen past. De Raad vindt het wel belangrijk dat er een minimale zorgregeling vast komt te liggen waar ouders op kunnen terugvallen. Op dit moment zijn de kinderen twee dagen met één overnachting bij hun vader en gaat dit volgens beide ouders erg goed.
De Raad vindt een zorgregeling waarbij er toegewerkt wordt naar minimaal twee dagen met twee overnachtingen bij vader haalbaar en in het belang van de kinderen. De Raad adviseert een zorgregeling waarbij de kinderen twee dagen en twee nachten per week bij de vader zullen verblijven.

5.De standpunten

5.1.
De vader heeft mede bij monde van zijn advocaat bij de mondelinge behandeling onder meer verklaard dat hij toestemming van de moeder heeft tot erkenning van [minderjarige 2] maar dat dit nog niet is geregeld. Vanwege een wetswijziging moest het formulier gewijzigd worden en nu moet hij nog zes tot negen maanden wachten. De vader was er niet mee bekend dat dit ook on line geregeld kan worden. Omdat ouders dit dan samen moeten doen en dit kan leiden tot discussies, wordt de rechtbank verzocht vervangende toestemming tot erkenning te verlenen. De vader heeft op dit moment ieder weekend inclusief een overnachting omgang met de kinderen en soms is er meer omgang en een extra overnachting; de ouders volgen hierin de kinderen. De vader wil toewerken naar een co-ouderschapsregeling. Verzocht wordt om een eindbeslissing te geven en als zorgregeling te bepalen dat de kinderen wekelijks van zondag 11.00 uur tot dinsdagochtend 09.00 uur bij de vader zijn, waarbij de vader de kinderen haalt en bij de moeder terugbrengt.
5.2.
De moeder heeft mede bij monde van haar advocaat bij de mondelinge behandeling onder meer verklaard dat zij instemt met de beide verzoeken. Zij vindt het belangrijk dat beide kinderen dezelfde achternaam zullen hebben. Ten aanzien van de zorgregeling wil de moeder dat ook rekening wordt gehouden met haar wensen. De moeder heeft een eigen onderneming en werkt als de kinderen slapen. Zij zou graag zien dat de kinderen ook doordeweeks een dag bij de vader kunnen zijn en dat zij ook af en toe in het weekend bij haar zijn. Het gaat in grote lijnen goed, maar soms zijn er nog incidenten. De situatie tussen de kinderen en de vader is gezond en zij wil dat dit zo blijft. Als er een extra overnachting bij de vader wordt opgelegd zal dit voor stress in de ochtenduren zorgen. Het heeft haar voorkeur dat er stapsgewijs naar twee overnachtingen wordt toegewerkt, maar gelet op de flexibiliteit die er nu al is, maakt een extra overnachting geen groot verschil. De moeder staat ervoor open om een vakantieregeling af te spreken, maar niet op korte termijn. Het stoort de moeder dat eraan wordt getwijfeld of ouders zelf zaken zoals de erkenning, kunnen regelen. De moeder wil zelf de regie en zal de erkenning digitaal gaan regelen. Ten aanzien van de zorgregeling stelt de advocaat voor om dit aan te houden in afwachting van het door de ouders te volgen traject bij de Blauwe Beer, waarna een duidelijke, definitieve zorgregeling kan worden vastgelegd. De zaak kan dan schriftelijk worden afgedaan.
5.3.
De GI heeft bij de mondelinge behandeling onder meer verklaard dat de GI achter het advies van de Raad staat. Dat ouders flexibel zijn in de zorg is goed, maar flexibiliteit is bij complexe scheidingen niet altijd de juiste weg. Daarom is het goed om een duidelijke, minimale zorgregeling vast te leggen die wellicht in de toekomst kan worden uitgebreid. Dit geeft beide ouders en de kinderen duidelijkheid waardoor het risico op incidenten wordt verkleind.
5.4.
De Raad heeft bij de mondelinge behandeling verwezen naar de adviezen zoals vermeld in de rapportage. Er kan een minimale regeling worden vastgelegd, en ouders kunnen deze regeling desgewenst uitbreiden. Mocht er iets niet goed gaan kunnen ouders op de vastgelegde regeling terugvallen. Binnen het traject van de Blauwe Beer kunnen partijen verdere afspraken maken over de invulling van de zorgregeling en de wensen die de moeder heeft aangegeven. Het is niet nodig de zaak daarvoor aan te houden.

6.De verdere beoordeling

6.1.
Erkenning [minderjarige 2]
De rechtbank zal, alles overziend, het verzoek om vervangende toestemming aan de vader te verlenen om [minderjarige 2] te erkennen, afwijzen. De moeder heeft hiertoe al schriftelijk toestemming verleend en heeft bij de mondelinge behandeling aangegeven dat zij hier nog steeds volledig achter staat. De moeder heeft de wens geuit om dit zelf, en zonder bemoeienis van anderen, -digitaal- te regelen. Zij wenst de regie hierover in eigen handen te houden. De rechtbank zal ouders het vertrouwen geven dat zij de erkenning - en daarmee het gezag - zelf kunnen regelen. Mocht er desondanks een probleem ontstaan, dan kunnen de ouders de hulp van de GI inschakelen.
Gezamenlijk gezag
Wettelijk kader
6.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:253 c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezamenlijk gezag met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk (dan wel hem alleen) met het gezag te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met het gezamenlijk gezag niet instemt wordt het verzoek slechts afgewezen indien:
a. a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of
b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
6.3.
De rechtbank stelt vast dat [minderjarige 2] nog niet is erkend, zodat de rechtbank de vader nog niet met het gezag over hem kan belasten. Zoals hiervoor is overwogen geeft de rechtbank ouders het vertrouwen om de erkenning - en daarmee het gezag - over [minderjarige 2] zelf te regelen. Ten aanzien van [minderjarige 1] stelt de rechtbank vast dat de vader bevoegd is tot het gezag en dat hij niet eerder met het gezag over hem belast is geweest.
6.4.
Voor het uitoefenen van gezamenlijk gezag is van belang dat de ouders tot een behoorlijke gezagsuitoefening in staat zijn en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk onderling overleg kunnen nemen, of dat zij tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen, zodanig dat de kinderen niet klem of verloren zullen raken tussen de ouders.
6.5.
De rechtbank stelt voorop dat gezamenlijk gezag van de ouders uitgangspunt is van de wetgever.
inhoudelijk
6.6.
De rechtbank overweegt als volgt.
Gebleken is dat de moeder instemt met het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag. De Raad heeft in het rapport van 13 juni 2023 geadviseerd het verzoek toe te wijzen en acht dit in het belang van de minderjarigen. De GI heeft zich achter dit advies geschaard. Gelet op de stukken en de mondelinge behandeling acht de rechtbank -met de Raad- niet aannemelijk geworden dat een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige 1] tussen de ouders klem of verloren zullen geraken, tot afwijzing van het verzoek van de vader noopt dan wel dat afwijzing van het verzoek van de vader anderszins in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk is. Er is een stijgende lijn te zien en ouders communiceren met elkaar in het belang van de kinderen. Op korte termijn zal er hulpverlening starten waardoor de ouders de stijgende lijn verder kunnen bestendigen en doorzetten. De rechtbank acht toewijzing van het verzoek dan ook in het belang van de minderjarigen. De rechtbank zal de vader en de moeder gezamenlijk met het gezag over [minderjarige 1] belasten.
De zorgregeling
Wettelijk kader
6.7.
Ouders en kinderen recht hebben op omgang met elkaar. Dat is het uitgangspunt van de wet. De rechtbank kan op verzoek van de ouders -of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind-, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van dat omgangsrecht vaststellen dan wel dat omgangsrecht ontzeggen.
De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
inhoudelijk
6.8.
De rechtbank stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat een zorgregeling, waarbij er op structurele en geregelde basis contact is tussen de vader en de minderjarigen, in het belang van de minderjarigen is. Partijen verschillen enigszins over de wijze waarop aan deze zorgregeling invulling dient te worden gegeven. De vader wenst dat de minderjarigen wekelijks van zondag 11.00 uur tot dinsdagochtend 09.00 uur bij de vader zijn, de moeder wil dat er stapsgewijs wordt toegewerkt naar twee nachten. De moeder heeft anderzijds ook aangegeven dat twee nachten niet heel veel verschil zal maken, gelet op hoe de situatie nu vaak al is. De Raad acht het in het belang van de minderjarigen dat zij wekelijks twee dagen en twee nachten bij de vader zijn. Bij de mondelinge behandeling is gebleken dat de ouders flexibel omgaan met de afspraken en beslissen op geleide van de kinderen, en dat de kinderen ook nu al af en toe langer bij de vader zijn inclusief een extra overnachting. De rechtbank zal het advies van de Raad -dat wordt gedeeld door de GI- volgen en een zorgregeling vastleggen zoals opgenomen onder 7. in deze beschikking.
De vast te stellen regeling heeft te gelden als een minimale regeling. Het staat partijen vanzelfsprekend vrij om in onderling overleg tot uitbreiding van de regeling te komen. Binnen het traject van de Blauwe Beer dat de ouders binnenkort gaan volgen kunnen ook andere wensen ten aanzien van de invulling van de zorgregeling onderwerp van gesprek zijn. De moeder heeft een duidelijke en reële wens kenbaar gemaakt, het is belangrijk dat dit binnen dit traject wordt besproken.

7.De beslissing

7.1.
De rechtbank:
-bepaalt dat de ouders gezamenlijk met de uitoefening van het gezag worden belast over hun minderjarige kind:
[minderjarige 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2018
voor zover de bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;
-bepaalt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders aldus dat met ingang van heden de vader de voornoemde minderjarigen eenmaal per week van zondag 11.00 uur tot dinsdagochtend 09.00 uur bij zich heeft, waarbij de vader de minderjarigen bij de moeder ophaalt en terugbrengt;
-wijst af het anders en/of meer verzochte;
-verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. Devis, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van J.O. van Saase-Zaagman, griffier, op 15 augustus 2023 . [1]
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 augustus 2023.

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).