ECLI:NL:RBAMS:2023:562

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 januari 2023
Publicatiedatum
7 februari 2023
Zaaknummer
C/13/727725 – FA RK 23/70
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis voor zes maanden

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene risico loopt op ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, materiële schade en maatschappelijke teloorgang. De raadsvrouw betoogde dat geen sprake is van ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg en reclasseringstoezicht toereikend zijn. De rechtbank constateerde echter onvoldoende zicht op de thuissituatie en de betrokkenheid van de reclassering, mede doordat betrokkene moeilijk bereikbaar is en de psychiater haar niet kon bezoeken.

De rechtbank oordeelde dat de zorgmachtiging noodzakelijk is voor het toedienen van medicatie en het opleggen van beperkingen in de vrijheid, waaronder het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam. De verplichte zorg wordt toegekend voor zes maanden, korter dan door de officier van justitie gevraagd, met als doel snel en tijdig in te kunnen grijpen indien nodig.

De beschikking werd op 24 januari 2023 mondeling gegeven en op 6 februari schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen waaronder medicatie en vrijheidsbeperkingen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/727725 – FA RK 23/70
kenmerk ZM/IND / 92403
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 24 januari 2023van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [betrokkene] 1993 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. B. Roodveldt te Zaandam

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op
3 januari 2023.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 januari 2023, in het gebouw van de rechtbank Amsterdam.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- R. van Bemmelen, psychiater;
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen
.

2.Beoordeling

2.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, maatschappelijke teloorgang en de bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
De raadsvrouw heeft afwijzing van het verzoek bepleit. Volgens de raadsvrouw is geen sprake van ernstig nadeel. Bovendien heeft betrokkene in het kader van een strafzaak toezicht van de reclassering, dus dat kan ook worden gebruikt om eventueel ernstig nadeel te ondervangen. Daarnaast kan de zorg in het vrijwillige kader worden verleend. Betrokkene gebruikt geen medicatie en de enkele gesprekken die zij met een psycholoog heeft, is onvoldoende om over te gaan tot verplichte zorg. Indien de rechtbank van oordeel is dat een zorgmachtiging noodzakelijk is bepleit de raadsvrouw subsidiair de zorgmachtiging in duur te bekorten tot zes maanden. Zij voert hiertoe aan dat betrokkene afspraken adequaat nakomt en zij al langere tijd laat zien dat het goed met haar gaat.
2.5.
De rechtbank overweegt dat onvoldoende zicht is op (de thuissituatie van) betrokkene om goed te kunnen beoordelen of geen sprake meer is van ernstig nadeel . Zo heeft de onafhankelijk psychiater betrokkene niet thuis kunnen bezoeken of anderszins kunnen onderzoeken, ondanks diverse pogingen daartoe. Ook voor de behandelaren is het moeilijk om contact met betrokkene te leggen. Daardoor is het voor de behandelaren lastig te beoordelen of het inderdaad zo goed gaat met betrokkene als zij doet voorkomen in de periodieke gesprekken met haar psycholoog, of dat achterdocht en paranoïde – kenmerken van haar psychische stoornis – weer op de voorgrond beginnen te treden, met alle gevolgen voor betrokkene en anderen van dien. Of en hoe de reclassering bij betrokkene is betrokken, is op dit moment onvoldoende duidelijk voor de rechtbank. Daarom kan ook niet worden beoordeeld of met reclasseringstoezicht het ernstig nadeel ondervangen kan worden. De rechtbank overweegt verder dat de behandelrelatie met het FACT nog te broos en de behandeling nog te kort is om nu al goed in te schatten of ernstig nadeel in een vrijwillig kader – met alleen gesprekken bij de psycholoog – kan worden afgewend. De rechtbank ziet aanleiding om de zorgmachtiging anders dan is verzocht te verlenen voor de duur van zes maanden. Betrokkene ontvangt alleen zorg in de vorm van tweewekelijkse gesprekken met een psycholoog. Verder is van belang dat betrokkene haar afspraken met de hulpverleners nakomt, waaronder huisbezoeken. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook passend en noodzakelijk dat de verplichte zorg die daarop ziet wordt toegewezen. Op de zitting is nader toegelicht dat betrokkene al drie jaar geen medicatie neemt en daar ook niet open voor staat. Op de zitting heeft de behandelaar voldoende toegelicht dat op dit moment – rekening houdend met de wensen van betrokkene – geen reden is voor medicatie. Omdat nog geen echt zicht op betrokkene is, kan dit echter snel anders komen te liggen. Naar het oordeel van de rechtbank is van belang dat, indien nodig, snel en tijdig ingegrepen kan worden met medicatie. Daarom zal de rechtbank deze vorm van verplichte zorg toewijzen.
2.6
Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en wat op de zitting naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk gedurende zes maanden:
  • toedienen medicatie;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam, waaronder huisbezoeken en één keer per twee weken een gesprek met de psycholoog;
2.7.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal, anders dan door de officier van justitie is verzocht, worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [betrokkene] 1993 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.6 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 24 juli 2023;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 24 januari 2023 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.K. Mireku rechter, bijgestaan door W. Aukema-Blauw als griffier en op 6 februari 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.