Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 augustus 2023 in de zaak tussen
het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond (KNWV), te Amsterdam
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
dat het verboden is zich in de veiligheidszone te bevinden of in de veiligheidszone enig voorwerp te hebben of te doen hebben.” In artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Beleidsregel is bepaald dat het voormelde verbod “
niet geldt tussen zonsopkomst en zonsondergang voor het zich in de veiligheidszone bevinden met een vaartuig dat een maximale lengte over alles van vierentwintig meter heeft.” Ten tijde van de totstandkoming van de Beleidsregel waren er nog geen windparken in het windenergiegebied Borssele en waren deze ook nog niet in aanbouw.
Het besluit van algemene strekking is in strijd met de Beleidsregel vastgesteld. Beleid kan wijzigen, maar dan moet eerst het vigerende beleid worden aangepast, alvorens het nieuwe beleid kan worden toegepast. Desondanks kan het besluit in stand blijven onder aanvulling van de motivering nu er een bijzondere omstandigheid is, zijnde de verwachting van de toename van schadevaringen bij het hanteren van integrale doorvaart en de bestaande corridor. Deze omstandigheid was ten tijde van het opstellen van de Beleidsregel niet voorzien en rechtvaardigt dat er in dit geval wordt afgeweken.” Verweerder heeft voorts weergegeven: “
Het bezwaarschrift geeft aanleiding de toelichting op het bestreden besluit te wijzigen. Het bestreden besluit wijkt af van de Beleidsregel instelling veiligheidszone voor windparken op zee en die afwijking is onvoldoende gemotiveerd, terwijl daar wel veiligheidsargumenten voor zijn. Nu een heroverweging op grond van artikel 7:11 de Pro mogelijkheid biedt motiveringsgebreken te herstellen, wordt de toelichting van het bestreden besluit van algemene strekking op dit punt aangepast. De inhoud en strekking van het besluit blijft ongewijzigd. De gewijzigde toelichting van het bestreden besluit zal bekend gemaakt worden in de Staatscourant.” [4]
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.674,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2023.