ECLI:NL:RBAMS:2023:5767
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag voor taxichauffeur wegens justitiële antecedenten
Eiser verzocht om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als taxichauffeur te kunnen werken. Verweerder wees de aanvraag af op basis van het objectieve criterium, omdat eiser binnen de terugkijktermijn van vijf jaar meerdere justitiële gegevens had, waaronder openstaande zaken wegens cocaïnebezit en mishandeling.
Eiser betoogde dat de overtredingen gering waren, dat de persoonlijke omstandigheden niet voldoende zijn meegewogen en dat openstaande zaken niet meegewogen mogen worden vanwege de onschuldpresumptie. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het objectieve criterium toepaste en openstaande zaken mocht betrekken, aangezien alleen onherroepelijke vrijspraken zijn uitgesloten.
Daarnaast werd het subjectieve criterium besproken, waarbij verweerder de belangenafweging maakte en het algemeen belang van de samenleving zwaarder liet wegen dan het belang van eiser. Persoonlijke omstandigheden en positieve werkervaring werden door verweerder niet als zwaarwegend beschouwd.
Hoewel verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelde niet naar de omstandigheden van de feiten te hoeven kijken, werd dit motiveringsgebrek gepasseerd omdat verweerder dit op de zitting alsnog voldoende motiveerde. Het beroep werd ongegrond verklaard, met een proceskostenveroordeling ten laste van verweerder.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag is ongegrond verklaard en de afwijzing gehandhaafd.