ECLI:NL:RBAMS:2023:5916
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Amsterdam
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van de woning van eiser voor het jaar 2022 vast op €444.000,-. Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling en voerde aan dat de oppervlakte van de woning 70 m² bedraagt in plaats van 72 m² zoals door de heffingsambtenaar gehanteerd, en dat vergelijkbare woningen in de buurt lager zijn gewaardeerd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de oppervlakte heeft vastgesteld volgens de NEN2580 meetnorm, ondersteund door verkoopdocumentatie, terwijl het WOZ-waardeloket een andere oppervlakte vermeldt vanwege afwijkende meetinstructies in de BAG. Het beroep op een eerdere uitspraak die de oppervlakte op 70 m² stelde, faalt omdat die uitspraak gebaseerd was op een andere reden voor verlaging van de WOZ-waarde.
Verder acht de rechtbank de door de heffingsambtenaar geselecteerde vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar met de woning van eiser, waarbij rekening is gehouden met kwaliteit, onderhoud en ligging. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel wordt verworpen omdat eiser onvoldoende identieke objecten heeft aangevoerd die lager zijn gewaardeerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €444.000,- wordt ongegrond verklaard.