ECLI:NL:RBAMS:2023:5927
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Amsterdam bevestigt vergunning vakantieverhuur ondanks VvE-bezwaren
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van een woningeigenaar tegen een door de gemeente verleende tijdelijke vergunning voor vakantieverhuur van een woning. De vergunning liep van 19 april 2022 tot 1 april 2023 en was inmiddels verlopen, maar de eigenaar had belang bij duidelijkheid over de rechtmatigheid van het besluit.
Eiseres stelde dat vakantieverhuur binnen de Vereniging van Eigenaars (VvE) niet was toegestaan en dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door toch een vergunning te verlenen. Zij beriep zich op een evidente privaatrechtelijke belemmering en op haar recht op privacy en persoonlijke levenssfeer. De gemeente en vergunninghouder betwistten dit en stelden dat er geen duidelijk verbod was en dat geluidsoverlast niet van de vergunninghouder afkomstig was.
De rechtbank oordeelde dat de privaatrechtelijke belemmering niet evident was, omdat de splitsingsakte en notulen lieten zien dat vakantieverhuur onderwerp van discussie was en dat toestemming van de VvE mogelijk is, ook via civiele rechter. De gemeente had terecht geen individuele belangenafweging gemaakt, omdat dit in het vergunningstelsel was verwerkt. Daarnaast was er geen objectieve vaststelling van onaanvaardbare overlast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat een vergunning voor vakantieverhuur niet zonder meer kan worden geweigerd op basis van interne VvE-afspraken, tenzij deze evident privaatrechtelijk belemmerend zijn.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vergunning voor vakantieverhuur.