Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
‘geslide’. Nadat hij van [slachtoffer] een klap kreeg op zijn hoofd, viel hij op de grond. Hij stond op en heeft weer met zijn mes gezwaaid richting [slachtoffer] en hem klaarblijkelijk in zijn been geraakt. Nadat [slachtoffer] hem op zijn hoofd had geslagen wilde hij hem wel ‘iets aandoen’ en ‘ergens laag raken’. Verdachte heeft voorts verklaard dat [slachtoffer] een stukje weg liep, maar dat hij een beetje dreigend op hem af bleef lopen en nog achter hem aan is gegaan nadat hij hem in zijn been had geraakt. Het is juist dat hij nog een zwaaiende beweging heeft gemaakt op het moment dat [slachtoffer] bij de scooters stond. Verdachte verklaarde in zijn algemeenheid dat hij stekende bewegingen naar de zijkant van het lichaam van [slachtoffer] heeft gemaakt. Gevraagd naar een reactie op de beelden heeft verdachte verklaard dat hij daarop zag dat hij (om 02.11.23 uur) met zijn mes richting de buik van [slachtoffer] heeft gestoken en desgevraagd heeft verdachte ook erkend dat dit met kracht is gebeurd. Na het weglopen van [slachtoffer] heeft verdachte zijn mes met een vloeiende beweging terug in de slide gestopt en de pet en tas van [slachtoffer] meegenomen. [9]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
7.Motivering van de straf
first offenderaangemerkt. De rechtbank houdt hiermee ten voordele van verdachte rekening.
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
poging tot doodslag
diefstal
[verdachte], daarvoor strafbaar.
30 (dertig) maanden.
9 (negen) maandenvan deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
3 (drie) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
- een drietal lachgascilinders;
- een tweetal mobiele telefoons.