Eiser, voormalig productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte-uitval op 27 augustus 2018. Het UWV weigerde deze uitkering omdat eiser op 24 augustus 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na vernietiging van een eerdere beslissing door de rechtbank, nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar die wederom werd aangevochten.
De rechtbank beoordeelde het medisch en arbeidskundig onderzoek waarop het UWV zich baseerde. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) had meerdere rapporten opgesteld en een fysiek onderzoek verricht, waarbij alle relevante medische informatie, inclusief medicatiegebruik en beperkingen, was betrokken. De rechtbank vond het onderzoek zorgvuldig en de medische beoordeling overtuigend, zonder noodzaak voor nader onderzoek.
De arbeidsdeskundige B&B berekende dat eiser met de vastgestelde beperkingen 72,34% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen, wat neerkomt op 27,66% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende is voor een WIA-uitkering. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank bevestigde dat de geduide functies passend zijn en dat er geen medische objectieve onderbouwing is voor verdere beperkingen.