Eiser huurt sinds 2009 een sociale huurwoning van De Alliantie waarin sinds 2016 sprake is van ernstige gebreken door houtrot en verzakkingen aan de vloer. Ondanks eerdere reparaties is het gebrek sinds begin 2023 weer acuut aanwezig. Eiser vordert in kort geding dat De Alliantie binnen drie dagen opdracht geeft tot herstel van het gebrek en een wisselwoning aanbiedt.
De Alliantie erkent de gebreken maar stelt dat herstel financieel niet redelijk is vanwege plannen voor sloop, nieuwbouw of ingrijpende renovatie, en dat zij alternatieven zoals een wisselwoning heeft aangeboden die zijn afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat herstelbare gebreken in beginsel hersteld moeten worden en dat De Alliantie onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat herstelkosten onredelijk zijn.
De kantonrechter veroordeelt De Alliantie om binnen 40 dagen aanvang te maken met herstel van de vloer en, indien nodig, een wisselwoning aan te bieden, onder dreiging van een dwangsom van maximaal € 25.000. Tevens wordt De Alliantie veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.