2.2.Partijen hebben bij de ‘overeenkomst tot beëindiging’ van 17 november 2003 (hierna: het convenant) in onderling overleg hun echtscheiding en de gevolgen daarvan geregeld.
Daarbij is – voor zover van belang – het volgende overeengekomen:
Terzake de schuld van de man aan de vrouw:
“2. Voorafgaande aan de omzetting van het huwelijk in het g.p. zullen de voormelde huwelijksvoorwaarden worden gewijzigd in dier voege dat daaraan zal worden toegevoegd een beperkte gemeenschap bestaande uit een bankrekening met een saldo ter grootte van eenmiljoentweehonderdduizend euro (1.200.000 euro) waartoe de man en de vrouw gelijkelijk gerechtigd zullen zijn.
3. Na beëindiging van het g.p. zal de beperkte gemeenschap als bedoeld onder 2. worden verdeeld als volgt: het gehele bankrekeningsaldo zal worden toegedeeld aan de man die wegens overbedeling aan de vrouw zal uitkeren een bedrag in contanten groot 100.000 euro op een door haar aan te wijzen bankrekening en die voorts aan de vrouw zal schuldig erkennen een bedrag groot vijfhonderdduizend euro (500.000 euro). De aldus ontstane vordering van de vrouw op de man kent de navolgende condities (…).”
En terzake de partneralimentatie:
“5. De man zal aan de vrouw een alimentatie betalen zoals omschreven in de Notitie inzake Echtscheiding, opgesteld door de heer [naam] (. . .) (hierna: de notitie).
De alimentatie zal worden voldaan gedurende de wettelijke periode van 12 jaren, doch zal nadien onverplicht levenslang worden voortgezet indien en zolang de inkomenspositie van de man en het saldo van zijn bezittingen en schulden zulks toelaten.
De alimentatie ondergaat wijziging casu quo vervalt op de wijze als omschreven onder 6. en 7. in bedoelde notitie. Partijen doen overigens afstand van het recht om middels rechterlijke tussenkomst wijziging te vragen van het alimentatiebedrag op grond van gewijzigde omstandigheden.”
In de notitie, die als titel draagt “Notitie bij berekeningen inzake echtscheiding” is het volgende opgenomen:
2. (. . .) Het pensioen van Boubo Pensioen B.V. gaat in op 60-jarige leeftijd. Het pensioen van het NPF gaat eerst op 65 jarige leeftijd in. In de tussenliggende 5 jaren betaalt Boubo Pensioen B.V. een overbruggingspensioen. Op 65-jarige leeftijd (…) heeft mevrouw [de man] recht op het AOW-pensioen.
4. Blijkens de berekeningen in bijlage 1 heeft [de vrouw] een alimentatie nodig van € 52.500 naast de jaarlijkse rente-inkomsten van € 26.500. Van dit alimentatiebedrag wordt € 30.000 aan hypotheekrente weer terugbetaald.
5. Uitgaande van het gegeven dat de uitgaven gelijk zijn aan de inkomsten, kan de alimentatie in 2007 terug naar € 40.000 per jaar omdat dan het pensioen uitkeerbaar door Boubo Pensioen B.V. in gaat. In 2011 gaat (in principe) de pensioenuitkering van het Notarieel Pensioenfonds in. Alsdan kan de alimentatie verminderd worden tot € 26.000 per jaar. Vanaf 2014 bestaat er dan voor Mevrouw [de man] ook recht op AOW en zijn de inkomstenbelastingtarieven lager. De alimentatie bedraagt dan € 9.000 per jaar. Gedurende de gehele periode waarin de alimentatie wordt betaald, blijft het netto inkomen steeds gelijk aan het begrote bestedingsniveau.
6. De verschuldigde alimentatie zal jaarlijks worden geïndexeerd aan het prijsniveau.
7. Alimentatie is in principe verschuldigd door de alimentatieplichtige voor een periode van 12 jaar. [de man] is bereid om nu reeds in het convenant vast te leggen dat hij zolang [de vrouw] leeft alimentatie zal betalen, waarbij het uitgangspunt voor de hoogte van die alimentatie in de bijgevoegde berekeningen is gelegen. De alimentatie vervalt op het moment dat [de vrouw] een duurzame huishouding aangaat met een partner (. . .). Het recht op alimentatie vervalt voorts in het geval dat [de vrouw] blijvend wordt opgenomen in een AWBZ-instelling.”
Aan de notitie zijn bijlagen gevoegd met een opgave van de door de vrouw te ontvangen pensioenbedragen en berekeningen van het inkomen van de vrouw in achtereenvolgende periodes.