Uitspraak
verblijvende te [verblijfplaats] , Kenia,
hierna te noemen de moeder,
niet verschenen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De man verzocht de rechtbank om de ambtenaar van de burgerlijke stand te bevelen een akte van erkenning op te maken voor zijn twee kinderen, geboren in Somalië. De moeder en kinderen hadden toestemming gegeven, maar de ambtenaar had dit verzoek geweigerd op grond van twijfel over de echtheid van de Somalische geboorteaktes.
De ambtenaar baseerde zijn weigering op een rapport van het Bureau Documenten van de IND, dat concludeerde dat de geboorteaktes waarschijnlijk niet bevoegd waren opgemaakt en dat legalisatiestempels frauduleus waren. Ook ontbraken vingerafdrukken die normaal op dergelijke documenten aanwezig zijn, waardoor de identiteit en afstamming van de kinderen niet betrouwbaar konden worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de ambtenaar terecht had geweigerd, omdat de man niet voldeed aan zijn bewijsplicht en de overgelegde documenten onvoldoende waren om erkenning mogelijk te maken. De rechtbank nam daarbij ook mee dat Somalië sinds 1989 geen erkend bevoegd gezag heeft en dat het niet vaststaat of de moeder en man gehuwd waren of dat de moeder mogelijk met een andere man gehuwd was ten tijde van de geboorte.
De stelling van de man dat hij als juridisch vader op de geboorteakte van een kind stond, werd niet gevolgd, mede omdat erkenning dan niet meer mogelijk zou zijn. De rechtbank wees het verzoek af en bevestigde dat de man niet kon worden verplicht documenten te overleggen die aan de wettelijke eisen voldoen, maar dat dit de dwingendrechtelijke bepalingen niet buiten werking stelt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot erkenning van de kinderen af vanwege onvoldoende bewijs en twijfel over de echtheid van de geboorteaktes.