Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
er is altijd een weg in digiland..[..]”.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregelen
,zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden kunnen worden toegepast na de eventueel op te leggen tbs maatregel (of een op te leggen gevangenisstraf). Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte ook na afloop van een gevangenisstraf of TBS-maatregel onder toezicht te stellen indien dat in verband met alsdan bestaande risico’s noodzakelijk is. De reclassering adviseert in dit verband het Openbaar Ministerie minimaal dertig dagen voor het einde van de TBS-maatregel een reclasseringsadvies te laten opmaken waarin de reclassering onderzoek doet of de GVM daadwerkelijk ten uitvoer moet worden gelegd en welke bijzondere voorwaarden zijn geïndiceerd.
9.Beslag
10.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer]vordert ten aanzien van de tenlastegelegde feiten €
10.525,26 (tienduizendvijfhonderdenvijfentwintig euro en zesentwintig eurocent) aan vergoeding van
materiële schadeen
€ 13.500,- (dertienduizendenvijfhonderd euro)aan vergoeding van
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020.
€382,50) en ‘herstel beschadigingen aan auto en scooter’ (
€2.637,83). Deze posten dienen niet ontvankelijk te worden verklaard gezien de gevorderde partiële vrijspraak. Met betrekking tot de immateriële schade heeft de officier van justitie verzocht de vordering te matigen tot
€10.000,-.
€382,50) moet niet ontvankelijk worden verklaard ten gevolge van de bepleite partiële vrijspraak. Ten aanzien van de post ‘dashcam’ is opgemerkt dat verdachte deze betwist. Wat de immateriële schade betreft is verzocht de vordering te matigen tot
€2.000,-.
€382,50) overweegt de rechtbank dat nu de rechtbank ten aanzien van feit 2 tot een bewezenverklaring komt van de gehele ten laste gelegde periode, deze post als rechtstreekse schade kan worden aangemerkt en dus voor toewijzing in aanmerking komt.
€ 7.887,43(
zevenduizendachthonderdenzevenentachtig euro en drieënveertig eurocent) – worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (1 oktober 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 10.000,- (tienduizend euro).Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (1 oktober 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer], naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 7.887,43(
zevenduizendachthonderdenzevenentachtig euro en drieënveertig eurocent) aan
materiële schadeen een bedrag van
€ 10.000,-(
tienduizend euro)aan
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 oktober 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
124 (honderdvierentwintig) dagen.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
6 (zes) maanden.
beschikking zal worden gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden:
terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaaris.
maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
teruggave aan verdachtevan:
[slachtoffer]toe tot een een bedrag van
€ 7.887,43(
zevenduizendachthonderdenzevenentachtig euro en drieënveertig eurocent) aan
materiële schadeen een bedrag van
€ 10.000,-(
tienduizend euro)aan
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 oktober 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
.
€ 7.887,43(
zevenduizendachthonderdenzevenentachtig euro en drieënveertig eurocent) aan
materiële schadeen een bedrag van
€ 10.000,-(
tienduizend euro)aan
immateriële schadete betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 oktober 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
124 (honderdvierentwintig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.