In deze civiele zaak staat centraal of de eigenaar van een appartement verplicht is zijn houten vloer en ondervloer te vervangen omdat deze niet voldoet aan de geluidsnorm zoals opgenomen in het splitsingsreglement van de Vereniging van Eigenaars.
De rechtbank heeft in een tussenvonnis vastgesteld dat de norm voor harde vloeren van toepassing is en dat deze inhoudt dat de contact-geluidsisolatieindex maximaal 48 decibel mag zijn. Diverse geluidsmetingen, waaronder een recent rapport van Woningborg Advies B.V., tonen aan dat de vloer niet aan deze norm voldoet. De eigenaar heeft niet kunnen aantonen dat de vloer wel voldoet, ondanks de mogelijkheid om een aanvullend rapport te overleggen.
De rechtbank veroordeelt de eigenaar daarom om binnen drie maanden de vloer en zo nodig de ondervloer te vervangen door een vloerbedekking die wel aan de norm voldoet. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij niet-naleving, met een maximum van €30.000. Een vordering om bewijs van normconformiteit van de nieuwe vloer binnen twee maanden te leveren wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag in het reglement.
De eigenaar wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.