ECLI:NL:RBAMS:2023:6879

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
1 november 2023
Zaaknummer
13-307860-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeeldenArt. 5 lid 1 Wet DNA-onderzoek bij veroordeeldenArt. 5 lid 2 Wet DNA-onderzoek bij veroordeeldenArt. 3 lid 3 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond bezwaar tegen onrechtmatige DNA-afname door onbevoegde opsporingsambtenaar

De veroordeelde maakte bezwaar tegen de wijze van DNA-afname, omdat het celmateriaal was afgenomen door een opsporingsambtenaar en niet door een arts of verpleegkundige, terwijl hij bovendien de Nederlandse taal niet machtig was en niet adequaat geïnformeerd werd.

De rechtbank oordeelde dat op basis van de stukken niet kon worden vastgesteld of de opsporingsambtenaar aan de wettelijke eisen voldeed en dat de communicatie met de veroordeelde niet in een taal plaatsvond die hij begreep, waardoor geen geldige toestemming was gegeven.

Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het DNA-materiaal terstond te vernietigen. De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname is gegrond verklaard en het DNA-materiaal moet worden vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-307860-21
raadkamernummer : 22-027592
datum : 12 april 2023
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het bezwaar op grond van artikel 7 Wet Pro DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA) van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Rafik, advocaat te Amsterdam ( [adres advocaat] ),
hierna te noemen: de veroordeelde.

Procedure

Het bezwaarschrift is op 5 december 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 12 april 2023 het bezwaar in besloten raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. M. Rafik, en de officier van justitie in raadkamer gehoord.
De veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Bezwaar

Het bezwaar richt zich tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde. Namens de veroordeelde is aangevoerd dat de DNA-afname op een onrechtmatige wijze heeft plaatsgevonden, omdat deze afname niet is uitgevoerd door een daartoe bevoegd persoon, althans dat veroordeelde geen toestemming heeft gegeven dat de afname door een ander dan een arts of verpleegkundige is uitgevoerd. Het celmateriaal is afgenomen door een opsporingsambtenaar. Op het betreffende formulier is weliswaar aangekruist dat veroordeelde daarin toestemde, maar hij is de Nederlandse taal niet machtig. Op het formulier staat niet vermeld dat hij bij de afname van celmateriaal is bijgestaan door een tolk. De veronderstelde machtiging voor afname door een opsporingsambtenaar is daarom ongeldig.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat het bezwaarschrift ongegrond is. Uit het dossier is niet gebleken dat veroordeelde bezwaar had tegen de afname van het DNA-monster, veroordeelde heeft zijn medewerking verleend. Hij is immers op komen dagen op de afspraakdatum. Ook heeft hij bij de oproep een folder met informatie over de DNA-afname ontvangen. De folder is weliswaar in het Nederlands, maar de veroordeelde had de hulp van zijn advocaat kunnen inschakelen om hem nader over zijn rechten en plichten te informeren.

Beoordeling

Bij vonnis van 30 september 2022 is de veroordeelde door de politierechter in deze rechtbank veroordeeld ter zake van mishandeling van zijn kind, meermalen gepleegd, en belediging. De rechtbank is bevoegd.
Het bezwaar is tijdig en op de juiste wijze ingediend. De veroordeelde kan daardoor in het bezwaar worden ontvangen.
Afname door onbevoegd persoon
Blijkens artikel 5 lid 1 Wet Pro DNA-onderzoek bij veroordeelden wordt DNA-materiaal afgenomen door een monster te nemen van wangslijmvlies en wanneer dat om bijzondere geneeskundige redenen of vanwege verzet onwenselijk is of geen geschikt materiaal oplevert, door afname van bloed of haarwortels. Lid 2 bepaalt dat het celmateriaal wordt afgenomen door een arts of verpleegkundige of, in bij algemene maatregel van bestuur nader te bepalen gevallen, door een persoon die voldoet aan de daarbij te stellen eisen. Dit is nader uitgewerkt in het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken. Artikel 3 lid 3 daarvan Pro bepaalt dat het afnemen van wangslijmvlies kan geschieden door een daartoe door de officier van justitie aangewezen opsporingsambtenaar die voldoet aan door bij ministeriële regeling vastgestelde eisen, ingeval de veroordeelde daartegen geen bezwaar maakt.
Op basis van de stukken die zich in het dossier bevinden, kan niet worden vastgesteld of aan deze vereisten is voldaan. Het standpunt van de veroordeelde dat sprake is van strijd met voormelde bepalingen, kan niet worden weerlegd, zodat het bezwaar gegrond moet worden verklaard.
Uit het proces-verbaal van afname DNA-materiaal blijkt dat veroordeelde is opgeroepen zich op 23 november 2022 te melden bij de politie Amsterdam voor het afnemen van celmateriaal. Vervolgens is door medisch beveiliger/opsporingsambtenaar [naam] wangslijm afgenomen ter uitvoering van een daartoe strekkend bevel van de officier van justitie. In het gebruikelijke standaardformulier is aangekruist dat veroordeelde geen bezwaar heeft tegen afname van wangslijm door een opsporingsambtenaar en niet door een arts of verpleegkundige. De rechtbank heeft geen reden eraan te twijfelen dat de genoemde persoon hiertoe bevoegd was, nu hij zulks onder ede heeft verklaard. Echter, in het formulier staat niets vermeld over de wijze waarop en, met name, in welke taal met de veroordeelde is gecommuniceerd. Uit het dossier volgt niet dat de veroordeelde de Nederlandse taal machtig is. Daarom moet worden aangenomen dat dit niet het geval is. Bovendien is van het tegendeel niet gebleken.
Nu niet blijkt dat communicatie met de veroordeelde heeft plaatsgevonden in een taal die hij verstaat en op een wijze die voldoende waarborgen biedt dat hij daadwerkelijk zijn rechten heeft begrepen en de consequenties van het afstand doen daarvan (het afnemen van celmateriaal door een ander dan een arts of verpleegkundige) en dus niet afdoende is verzekerd dat er daadwerkelijk sprake is van
informed consent, moet de conclusie zijn dat de afname van celmateriaal niet conform de wettelijke regeling heeft plaatsgevonden.
Het bezwaarschrift is daarom gegrond. De officier van justitie dient ervoor te dragen dat het celmateriaal van veroordeelde terstond wordt vernietigd.

Beslissing

De rechtbank verklaart het bezwaar gegrond en beveelt dat de officier van justitie ervoor zorg draagt dat het celmateriaal terstond wordt vernietigd.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. J.W.H.G. Loyson, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. I. Struijkenkamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2023.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.