Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
Rechtbank Amsterdam
Eisers wonen sinds 2009 in een sociale huurwoning die oorspronkelijk aan de broer van eiser 1 was verhuurd. Na ontdekking dat eisers zonder recht of titel in de woning verblijven, sloten partijen in april 2022 een vaststellingsovereenkomst waarin werd afgesproken dat de woning uiterlijk 31 juli 2023 zou worden ontruimd.
Eisers vorderen in kort geding de executie van deze overeenkomst te schorsen vanwege medische omstandigheden van eiser 1 en het feit dat zij geen geschikte andere woning konden vinden. Ymere betwist dwaling en wijst op de ruime ontruimingstermijn en het feit dat eisers woningen hebben geweigerd.
De rechtbank oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst een executoriale titel vormt, maar dat schorsing mogelijk is bij misbruik van bevoegdheid of nieuwe feiten die een noodsituatie veroorzaken. Het beroep op dwaling faalt, maar gelet op de medische situatie en belangenafweging wordt de executie voor een jaar geschorst. Gedurende die periode mogen eisers onder dezelfde voorwaarden blijven wonen, met de kanttekening dat zij geen huurovereenkomst hebben en de woning later alsnog moeten verlaten.
Uitkomst: De executie van de vaststellingsovereenkomst wordt voor de duur van een jaar geschorst en eisers mogen gedurende die periode in de woning blijven wonen.