AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na Woo-besluit
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het ministerie van Financiën op zijn Woo-aanvraag van 9 augustus 2022. De rechtbank had eerder bepaald dat verweerder binnen twee weken moest beslissen. Verweerder heeft op 26 januari 2023 een besluit genomen en dit op 30 maart 2023 per e-mail aan eiser gemeld. Later bleek dat een aanvullend besluit per abuis niet aan eiser was toegestuurd, maar dit is alsnog op 11 juli 2023 met bijlage verzonden.
Omdat eiser uiteindelijk het gevraagde besluit heeft ontvangen, ontbreekt het procesbelang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel wordt verweerder opgedragen het door eiser betaalde griffierecht van €184,- te vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 AwbPro, en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang; griffierecht wordt vergoed.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/3854
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
en
het ministerie van Financiën
(gemachtigde: mr. drs. G. Enting).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank 16 maart 2023. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken moet beslissen de aanvraag van eiser. Eiser stelt nu beroep in omdat verweerder dat volgens hem niet heeft gedaan.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Dat geldt ook indien verweerder niet volledig heeft beslist op een aanvraag.
3. Verweerder heeft op 26 januari 2023 op grond van de Wet open overheid (Woo) beslist op de aanvraag van 9 augustus 2022. Verweerder heeft eiser vervolgens per email op 30 maart 2023 bericht dat hij een aanvullend besluit zou nemen omdat er aanvullende documenten zijn gevonden. Eiser stelt dat die aanvullende besluitvorming is uitgebleven. De rechtbank stelt vast dat verweerder eiser met een email van 11 juli 2023 heeft bericht dat het aanvullend besluit per abuis weliswaar is gepubliceerd, maar niet aan eiser is toegestuurd. Verweerder heeft het besluit van 4 april 2023 als bijlage bij de email van 11 juli 2023 gevoegd.
4. Eiser heeft dus uiteindelijk gekregen waar het hem om te doen was. Eiser heeft hij echter geen belang meer bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Omdat eiser terecht beroep heeft ingesteld moet verweerder het griffierecht van eiser vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep niet ontvankelijk;
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van mr.N. van der Kroft, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.