Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[klager] ,
Feiten
€ 130.992,80; en
€ 100.000,-.
Rechtbank Amsterdam
Op 3 december 2019 is conservatoir derdenbeslag gelegd op bankrekeningen van de klaagster. Dit beslag is inmiddels opgeheven. Op 18 april 2023 is klassiek beslag gelegd in het strafvorderlijk onderzoek tegen een besloten vennootschap en een persoon die in hoger beroep zijn vrijgesproken van witwasverdenking.
De klaagster diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen het conservatoir en klassieke beslag, stellende dat zij geen verdachte meer is en dat het beslag onduidelijk en onterecht is. Het Openbaar Ministerie verzet zich tegen opheffing en wijst op het lopende hoger beroep.
De rechtbank oordeelt dat het klaagschrift tegen het conservatoir beslag niet-ontvankelijk is omdat het beslag is opgeheven. Ten aanzien van het klassieke beslag is de rechtbank onbevoegd omdat de zaak in hoger beroep bij het gerechtshof ligt. De rechtbank bepaalt dat de griffier de stukken naar het gerechtshof zendt voor verdere behandeling.
Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor zowel de klaagster als het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het conservatoir beslag is niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank is onbevoegd ten aanzien van het klassieke beslag, waarna de stukken naar het gerechtshof zijn gezonden.