ECLI:NL:RBAMS:2023:7458
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen weigering aanvullende onderzoekshandelingen in strafzaak afgewezen
De verdediging van de bezwaarde verzocht de rechter-commissaris om meerdere aanvullende onderzoekshandelingen te verrichten, deels gericht op de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en deels op de bewijsvraag. De rechter-commissaris wees het verzoek grotendeels af. De verdediging stelde dat de onderzoekswensen relevant zijn voor de ontvankelijkheid, de bewijsvraag en de strafmaat, en voerde aan dat er bij aanvang van het onderzoek geen redelijke verdenking bestond en dat de overheid tekortschiet in haar informatieplicht.
De rechtbank beoordeelde het bezwaar en oordeelde dat de onderzoekswensen niet voldoende relevant waren om de beslissing van de rechter-commissaris te wijzigen. De argumenten van de verdediging betreffen kwesties die tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak aan de orde kunnen komen, maar niet via aanvullende onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris kunnen worden onderzocht.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en handhaafde de beslissing van de rechter-commissaris. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige raadkamer van de rechtbank Amsterdam op 31 oktober 2023.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van aanvullende onderzoekshandelingen wordt ongegrond verklaard.