Op 25 augustus 2023 sloeg de verdachte een man met wie hij ruzie had meerdere malen met een zwaard op zijn hoofd en rug in Amsterdam. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor poging tot doodslag vanwege het relatief geringe letsel, maar stelde dat poging tot zware mishandeling bewezen kon worden. De verdediging betwistte dit en stelde dat verdachte met de platte kant van het zwaard sloeg en dat getuigenverklaringen onbetrouwbaar waren.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag omdat het letsel niet ernstig genoeg was om een aanmerkelijke kans op overlijden aan te nemen. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan poging tot zware mishandeling met voorwaardelijk opzet, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat er ernstig letsel zou ontstaan. Het letsel bestond uit lichte bloedende verwondingen en een snee van circa 25 cm op het schouderblad.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 106 dagen op, met aftrek van voorarrest. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het feit, het geringe letsel, het strafblad van verdachte en de oriëntatiepunten voor strafoplegging. Het vonnis werd gewezen door drie rechters op 28 november 2023.