Eisers sloten een hypothecaire lening met een gekoppelde Rabo OpbouwEffectenrekening (ROE) bij Rabobank. In 2020 kondigde Rabobank aan te stoppen met de beleggingsdienstverlening op de ROE vanwege nieuwe regelgeving (Mifid-II) die onafhankelijk en afhankelijk advies moest scheiden. Rabobank beëindigde de ROE per november 2021 en compenseerde eisers met een vergoeding.
Eisers stelden dat Rabobank onterecht de ROE had opgezegd en de hypotheek eenzijdig had gewijzigd, en vorderden schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht en onvoldoende compensatie. De rechtbank toetste de opzegbevoegdheid en oordeelde dat Rabobank op grond van haar algemene voorwaarden bevoegd was de overeenkomst gedeeltelijk op te zeggen.
De rechtbank vond dat Rabobank een zwaarwegend belang had bij stopzetting vanwege wettelijke verplichtingen en beperkte klantenkring. Rabobank had voldoende rekening gehouden met de belangen van eisers door tijdige aankondiging, overleg en een redelijke compensatie die het beoogde doelkapitaal garandeerde. De vorderingen van eisers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.