Op 2 augustus 2022 heeft verdachte een zorgverlener, werkzaam bij FPK Inforsa, meermalen met kracht met gebalde vuisten tegen het hoofd en gezicht gestompt, waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep, waaronder losgekomen voortanden en bloeduitstortingen. Verdachte werd beschuldigd van poging tot zware mishandeling. De rechtbank verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces omdat verdachte onvoldoende aannemelijk maakte dat sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding.
Deskundigen concludeerden dat verdachte leed aan schizofrenie met religieuze, grootheids- en paranoïde wanen en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Deze stoornissen beïnvloedden zijn gedragskeuzes ten tijde van het delict, waardoor het feit hem in verminderde mate kon worden toegerekend. Verdachte had geen ziektebesef en een hoog risico op recidive.
De rechtbank achtte het gedrag ernstig en verwijtbaar, vooral omdat het geweld gericht was tegen een zorgverlener, wat de veiligheid en het functioneren van zorgverleners bedreigt. Gezien de ernst van het feit, de psychiatrische problematiek en het recidiverisico, legde de rechtbank een tbs-maatregel met dwangverpleging op, ondanks dat verdachte recent al een tbs-maatregel opgelegd had gekregen die nog niet onherroepelijk was.
De maatregel is niet gemaximeerd en kan langer dan vier jaar duren vanwege het gevaar dat verdachte vormt voor de lichamelijke integriteit van anderen. De rechtbank volgde het advies van gedragsdeskundigen en de reclassering om behandeling in een forensisch psychiatrisch centrum met hoog beveiligingsniveau te laten plaatsvinden.