Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlasteleggingen
3.Voorvragen
4.Beoordeling van het in zaak A onder 1 en 2 ten laste gelegde
5.Beoordeling van het in zaak B ten laste gelegde
Jongen 3: zwarte muts en capuchon op, licht grijze jas, kleine snor, Marokkaans/Turks afkomst, lichtere huidskleur dan jongen 1 en 2.
7.Strafbaarheid van het feit
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf en maatregelen
van 21 oktober 2023. Verdachte is op 11 april 2022 strafrechtelijk veroordeeld door de rechtbank in Den Haag in verband met een poging tot zware mishandeling, vernieling en een straatroof. Tot slot heeft verdachte op 24 september 2023 door het Openbaar Ministerie een strafbeschikking opgelegd gekregen (te weten een boete van € 110,00) in verband met steekwapen bezit.
- de Pro Justitia rapportages, bestaande uit het rapport opgemaakt door drs. A.M.I. Peelen, GZ-psycholoog en [naam 1] , Orthopedagoog-generalist op 15 september 2023 en het rapport opgemaakt door drs. K.H. Stolk, kinder- en jeugdpsychiater, op 15 september 2023;
- het (derde) Youturn perspectiefplan opgemaakt door [detentieplaats] ’ op 31 oktober 2023;
- de rapporten van de Raad, waaronder het standpunt ten aanzien van de GBM zoals weergegeven in de briefrapportage van 9 november 2023;
- de rapporten van de WSS.
Vanuit het algemeen eindoordeel wordt de inschatting gemaakt dat er sprake is van een hoog risico op gewelddadig gedrag als er geen interventies plaatsvinden. Er kan zelfs al gesproken worden van een startend patroon van delicten waarbij een mes gebruik wordt, indien verdachte schuldig bevonden wordt. Opvallend zijn de beperkt aanwezige protectieve factoren. Hij heeft onvoldoende geleerd om terug te vallen op zijn omgeving bij moeilijkheden en is mede door zijn lage cognitieve capaciteiten, onvoldoende in staat om problemen op adequate wijze het hoofd te bieden. Verdachte is nog niet zo lang geleden veroordeeld voor meerdere misdrijven en ondanks maatregelen heeft het hem er niet van weerhouden om opnieuw de fout in te gaan, indien de ten laste gelegde feiten bewezen wordt geacht. Hij toont hiermee een onverstoorbaarheid, (mede) voortvloeiend uit een verminderd vermogen tot berouw en empathie, samenhangende met het onvoldoende vermogen tot mentaliseren. Dit hangt samen met een tekortschietende opvoedcontext waarbij er op vroegkinderlijke leeftijd sprake was een moeder die emotioneel onvoldoende beschikbaar was en er verder geen steunnetwerk was. Dit in combinatie met de tekorten in zijn coping, zijn impulsiviteit, het niet kunnen overzien van de gevolgen van zijn keuzes, zal er veelal in resulteren dat verdachte tot ongezonde oplossingen voor zijn problemen komt. Er is geen sprake van gestructureerde vrijetijdsbestedingen. Verdachte toont weinig interesse in school en zowel verdachte als zijn moeder zijn onvoldoende gemotiveerd voor behandeling. Om de kans op recidive te verlagen en ter bevordering van de ontwikkeling van verdachte, wordt behandeling en begeleiding noodzakelijk geacht. Hierbij heeft hij een orthopedagogische omgeving nodig met veel structuur en begrenzing, waardoor hij gaat leren om zich aan regels, normen en waarden te houden en zich bewust wordt van de consequenties op zijn gedrag. Wanneer hij beter functioneert en een vertrouwensrelatie heeft opgebouwd met een behandelaar, kan er ook aandacht zijn voor het ontwikkelen van het mentaliserend en reflectief vermogen, het aanleren van alternatieve copingstrategieën, het aanleren van pro sociale gedragsalternatieven, het versterken van het empathisch vermogen en vriendenkeuzes. Hierbij wordt wel geadviseerd om de moeder te betrekken bij de behandeling. Er wordt geadviseerd tot een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Op basis van de PIJ-wegingslijst wordt geconcludeerd dat er sprake is van ernstige psychopathologie met een gedragsstoornis wat verdachte belemmert in zijn functioneren op meerdere levensterreinen en waar het delictgedrag uit voortvloeit. Er worden geen mogelijkheden, mede door het afhouden van behandeling van de moeder, gezien om hem binnen een ambulante setting succesvol te behandelen waardoor een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel als enige alternatief wordt gezien om de geadviseerde behandeling en begeleiding met veel toezicht te bieden en zijn gedrag en ontwikkeling ten goede te keren.
de psycholoog en de psychiaterhet voorgaande bevestigd en daaraan - samengevat - het volgende toegevoegd. Tot nu toe heeft verdachte weinig tot geen behandeling gehad in het ambulant kader. In beginsel zouden de deskundigen verdachten daarom gunnen om buiten de muren van de jeugdgevangenis aan zijn problematiek te werken, maar verdachte heeft meerdere keren laten zien dat hij daartoe niet in staat is. Er zijn bij verdachte meerdere messen op verschillende momenten aangetroffen. Hij maakt veel denkfouten, hij ziet geen andere oplossing dan geweld gebruiken in stressvolle situaties en hij kan de gevolgen van zijn gedrag (voor zichzelf en voor anderen) niet overzien. Het is van belang dat verdachte met behulp van meerdere behandelaars en begeleiders dagelijks en continue aan zijn problematiek dient te werken. Het zal voor het verlagen van het recidiverisico onvoldoende zijn om bijvoorbeeld een uur per week gesprekken te voeren met een psycholoog; verdachte heeft veel meer nodig. Volgens het (derde) Youturn perspectiefplan van [detentieplaats] ’ verloopt de detentie van verdachte positief. Hij lijkt te profiteren van de strakke en duidelijke kaders van de jeugdgevangenis. Inmiddels heeft hij een band opgebouwd met zijn begeleiders en het lukt hem steeds vaker om open te zijn in de gesprekken. In de afgelopen periode is verdachte ook niet betrokken geweest bij de incidenten binnen zijn groep. Volgens de deskundigen laten deze prille positieve ontwikkelingen alleen maar zien dat het juist in het belang is van verdachte om de komende periode in een gesloten setting te verblijven. De moeder van verdachte heeft tijdens de gesprekken aangegeven dat zij geen vertrouwen heeft in de hulpverlening. Zij snapt niet waarom haar zoon behandeld zou moeten worden. De moeder heeft een zeer belast verleden en zij heeft hierdoor niet altijd er voor hem kunnen zijn. Gelet op de hechte band tussen verdachte en zijn moeder is het van belang om de moeder intensief te betrekken bij de behandelingen van verdachte, zodat zij kan werken aan haar opvoedvaardigheden en beter kan aansluiten bij de behoeftes van haar zoon. Tot slot hebben de deskundigen aangegeven dat de alternatieven - zoals de GBM of een voorwaardelijke PIJ-maatregel – om eerdergenoemde redenen niet aan de orde zijn.
10.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.000,00zonder verdere onderbouwing passend is. De rechtbank houdt bij het vaststellen van dit bedrag tevens rekening met het gegeven dat de benadeelde partij zoals uit de beschrijving van de beelden van het station [naam station] (pagina’s 52 tot en met 65 van het dossier ‘PV nazending’) blijkt de confrontatie met verdachte (deels) zelf heeft opgezocht. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, zodat de benadeelde partij het overige deel eventueel bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
€ 1.200,00vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is geleden, te weten vanaf 16 maart 2023, welk bedrag bestaat uit materiële en immateriële schade. Tot slot is het uitgangspunt dat geen gijzeling wordt opgelegd aan verdachten die volgens het jeugdstrafrecht worden berecht en dat er gezocht wordt naar andere oplossingen. De rechtbank zal om deze reden de maximale duur van de gijzeling bepalen op 0 dagen.
11.Beslag
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen.
[benadeelde partij 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling van € 1.200,00 (zegge duizend tweehonderd euro), waarvan € 200,00 (zegge tweehonderd euro) voor materiële schade en € 1.000,00 (zegge duizend euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten vanaf 16 maart 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 1]ter hoogte van € 1.200,00 (zegge duizend tweehonderd euro). Voormeld bedrag bestaat uit materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten vanaf 16 maart 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.
[benadeelde partij 1]voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.
[(...)]
[(...)]
[(...)]
[(...)]
[(...)]
[(...)]
[(...)]
[(...)]