ECLI:NL:RBAMS:2023:7737

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
1315255023
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 625 lid 3 HSOArt. 625 lid 4 HSOC-428/21 PPUC-429/21 PPU
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor uitbreiding vervolging overgeleverde persoon op basis van HSO

De rechtbank Amsterdam heeft op 22 november 2023 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot het verlenen van aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging van een overgeleverde persoon, op grond van artikel 625, derde lid, aanhef en onder g, van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst (HSO) tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk.

Het verzoek was ingediend door de Britse autoriteiten en betrof feiten die vóór de overlevering waren begaan en waarvoor de betrokkene niet was overgeleverd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de overgeleverde persoon de mogelijkheid heeft gehad om zijn standpunt kenbaar te maken, onder meer via zijn advocaat en een schriftelijke verklaring, conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.

De rechtbank concludeerde dat het verzoek voldoet aan de wettelijke vereisten en dat er geen gronden zijn om de toestemming te weigeren. Daarom is het verzoek toegewezen en is toestemming verleend voor de uitbreiding van de vervolging voor de aanvullende feiten zoals vermeld in het verzoek.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van de vervolging van de overgeleverde persoon voor aanvullende feiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.152550-23
Datum beslissing: 22 november 2023
BESLISSING
Op de vordering ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 1 november 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd als bedoeld in artikel 625, derde lid, aanhef en onder g, Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (hierna: HSO).
Dit verzoek is ingediend door
the Sheriff Court of Lothian and Bordersin Edinburgh (Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) op 21 september 2023 en betreft:
[overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in het [land] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 606, eerste lid, HSO. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
De rechtbank stelt vast dat vanuit het perspectief van de uitvoerende lidstaat de HSO Unierecht is. Dit heeft tot gevolg dat alvorens de rechtbank kan beslissen op het verzoek om aanvullende toestemming ex artikel 625, derde lid, onder g, HSO, zij zich ervan dient te vergewissen of de overgeleverde persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn recht om ten aanzien van het verzoek om aanvullende toestemming te worden gehoord, vergelijkbaar met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) van 26 oktober 2021. [1]
Uit de brief van 7 november 2023 van de
International Co-Operation Unit Crown Officein Edinburgh (Schotland) blijkt dat de advocaat van de overgeleverde persoon op 6 november 2023 een door de overgeleverde persoon ondertekende schriftelijke verklaring heeft overgelegd aan de uitvaardigende autoriteit. Hierin heeft de overgeleverde persoon het volgende verklaard:
“I, [overgeleverde persoon] . Born [geboortedag] /1992, hereby state, that in relation to the most recent extradition request by Crown Office to the Dutch authorities in respect of allegations, of 538(1) of the Criminal Justice and licensing (Scotland) Act 2010 on 29/12/22 on 29/12/22 Road Traffic Act 1998 Sections, 2, 103, Vehicle Excise and Registration Act 1994 5.44, Criminal Law (consolidation) (Scotland) Act 1995, 5 49 (1), attempted murder, etc. donotconsent to be extradited and prosecuted by the Scotisch Courts.”
Voorts staat in dezelfde brief van 7 november 2023 het volgende:
“As per your email dated 1 November 2023, I arranged for Mr [overgeleverde persoon] , the
surrendered person, to have the opportunity to provide his comments and position
in relation to the request. Mr [overgeleverde persoon] is currently remanded in custody in [gevangenis]
.
My office spoke with Mr [overgeleverde persoon] ’s defence lawyer, Mr Mark Harrower, and
explained the basis of the request and that we intended to have the police take a
statement from Mr [overgeleverde persoon] in relation to the request. This statement would
cover whether Mr [overgeleverde persoon] consented to be prosecuted for the additional
charges, what his view on this was and any objections that he had to the request.
The defence lawyer advised that he would attend at [gevangenis] to provide Mr
[overgeleverde persoon] with legal advice relating to the request prior to the police attending.
On 6 November 2023, Mr [overgeleverde persoon] ’s lawyer provided us with a statement signed
by Mr [overgeleverde persoon] confirming thathe does not consentto be prosecuted in relation
to these additional charges. (…)
On 7 November 2023, officers of the Police Service of Scotland attended at [gevangenis] to obtain a full statement from Mr [overgeleverde persoon] in respect of the request. However, upon their arrival, Mr [overgeleverde persoon] refused to leave his cell to speak to them.”
De rechtbank is van oordeel dat uit de bovenstaande citaten kan worden afgeleid dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in voormeld arrest van het HvJ. [2]
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de HSO overlevering had kunnen worden toegestaan. Gronden waarop de toestemming afhankelijk kan worden gemaakt van een garantie doen zich niet voor.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 625, vierde lid, HSO toestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 22 november 2023 door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en A.W.T. Klappe, rechters,
in tegenwoordigheid van F.M.H. Albarda, griffier.

Voetnoten

1.Zie C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876.
2.Zie punt 63 van het onder noot1 genoemde arrest