De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de vader om hersteld te worden in het ouderlijk gezag over zijn zoon, nadat het gezag in 2016 was beëindigd en de grootouders tot voogd waren benoemd. De procedure vond plaats achter gesloten deuren en betrof een situatie waarin de vader zijn leven aanzienlijk had gestabiliseerd met een vaste baan en woonplaats in België, waar de zoon ook een eigen kamer heeft.
De vader en de moeder, evenals de grootouders, waren het eens met het verzoek. De minderjarige zoon gaf aan graag bij zijn vader te willen wonen en goede contacten te onderhouden met zijn moeder, grootouders en broer. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde echter om het verzoek aan te houden en eerst onderzoek te laten doen naar de situatie bij de vader in België, mede vanwege de complexe situatie rondom de andere zoon die gedetineerd is.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de zoon bij herstel van het gezag was gebaat en dat de vader duurzaam in staat is de zorg en opvoeding te dragen. De voogdij over de andere zoon blijft bij de grootouders, wat een onderscheid tussen de broers betekent, maar dit werd niet als bezwaar gezien gezien de omstandigheden. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad gegeven en het verzoek van de vader toegewezen.