Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld door een horloge van de pols van het slachtoffer af te rukken, wat een angstige ervaring voor het slachtoffer was. Daarnaast verzette hij zich met geweld tegen twee opsporingsambtenaren en beledigde hen met grove scheldwoorden. Tevens had verdachte opzettelijk 1,11 gram cocaïne bij zich.
De rechtbank achtte alle feiten bewezen op basis van verklaringen van verdachte, aangever en opsporingsambtenaren, alsmede laboratoriumonderzoek. Het verweer dat verdachte geen oogmerk had het horloge te stelen en dat de beledigingen uit boosheid waren geuit, werd verworpen. Verdachte werd vrijgesproken van verzet op het moment van aanhouding, maar veroordeeld voor verzet bij verplaatsing naar de politieauto.
Hoewel verdachte voldeed aan de harde en zachte criteria voor oplegging van de ISD-maatregel, zag de rechtbank af van deze maatregel vanwege het standpunt van verdachte en de ongeschiktheid van de maatregel op dit moment. Gezien de ernst van de feiten, het recidivepatroon en het lange strafblad werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftien maanden passend geacht.