ECLI:NL:RBAMS:2023:824

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2023
Publicatiedatum
17 februari 2023
Zaaknummer
13/022029-20 (tussentijdse toetsing ISD)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 6:6:14 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ISD-maatregel wegens aanstaande overlevering naar Roemenië

De rechtbank Amsterdam heeft op 10 februari 2023 de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van veroordeelde behandeld. De ISD-maatregel was opgelegd op 24 november 2020 voor twee jaar en werd na een eerdere beëindiging en herstart opnieuw voortgezet. Veroordeelde verblijft sinds april 2022 in de Penitentiaire Inrichting en de maatregel zou eindigen op 21 mei 2023.

Er is een lopende overleveringsprocedure naar Roemenië, waar veroordeelde nog een gevangenisstraf moet uitzitten. De Internationale Rechtshulpkamer heeft op 14 december 2021 de uitzetting toegestaan. Na beëindiging van de ISD-maatregel zal veroordeelde in overleveringsdetentie worden geplaatst, waardoor hij niet in vrijheid op straat komt.

De verdediging stelde beëindiging van de ISD-maatregel voor omdat het doel van beveiliging en recidivepreventie niet langer wordt gediend, mede omdat veroordeelde na afloop in overleveringsdetentie komt. De officier van justitie pleitte voor voortzetting vanwege een openstaande strafzaak en onduidelijkheden in de overleveringsprocedure.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting niet langer noodzakelijk is gezien de aanstaande overlevering en de bescherming van de maatschappij gewaarborgd blijft. Daarom is de ISD-maatregel beëindigd.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de ISD-maatregel omdat veroordeelde na afloop in overleveringsdetentie wordt geplaatst.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/022029-20 (tussentijdse toetsing)
Uitspraakdatum: 10 februari 2023
Deze rechtbank heeft op 24 november 2020 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Roemenië),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting (P.I.) [naam P.I.]
.

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 24 november 2020;
  • de beslissing van deze rechtbank van 19 augustus 2021, alsmede het proces-verbaal van de terechtzitting van 5 augustus 2021;
  • de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 januari 2022 (in hoger beroep);
  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsman mr. C.J.J. Visser van 18 november 2022 om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
  • een uittreksel uit de Justitiële Documentatie (het strafblad) betreffende veroordeelde van 20 december 2022;
  • het verslag ten behoeve van de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van 16 januari 2023, opgesteld door de plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de P.I. [naam P.I.] , [naam 2] , en de casemanager [naam 1] ;
  • een door de raadsman ter terechtzitting overhandigde uitspraak van de Internationale Rechtshulpkamer van deze rechtbank van 14 december 2021.
De rechtbank heeft op 27 januari 2023 de officier van justitie mr. S.M. van der Veen, veroordeelde, zijn raadsman mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [naam 1] , als casemanager verbonden aan de P.I. [naam P.I.] , op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

Procesverloop
ISD-maatregel
Bij vonnis van deze rechtbank van 24 november 2020 is aan de veroordeelde in de zaak met parketnummer 13/022029-20 een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar opgelegd. Daarnaast is beslist dat de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel uiterlijk acht maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van die maatregel moet worden getoetst. Op 9 december 2020 is deze veroordeling onherroepelijk geworden. Veroordeelde werd op 11 februari 2021 geplaatst op de ISD-afdeling van de P.I. [naam P.I.] . Bij beslissing van deze rechtbank van 19 augustus 2021 is – naar aanleiding van een tussentijdse toetsing – beslist tot beëindiging van de ISD-maatregel, waarna veroordeelde in vrijheid werd gesteld. Tegen de beslissing van de rechtbank werd hoger beroep ingesteld door het Openbaar Ministerie. Op 22 oktober 2021 is veroordeelde opnieuw aangehouden en gedetineerd geraakt. Bij beslissing van 27 januari 2022 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 19 augustus 2021, tot beëindiging van de ISD-maatregel vernietigd en beslist tot voortzetting van de ISD-maatregel. Op 9 februari 2022 is de ISD-maatregel weer aangevangen. Sinds eind april 2022 verblijft veroordeelde weer in de P.I. [naam P.I.] . De ISD-maatregel zal eindigen op 21 mei 2023.
Overleveringszaak
Bij uitspraak van de Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van 14 december 2021 is de uitzetting van de veroordeelde naar Roemenië, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf van twee jaar en zes maanden in Roemenië, toegestaan. In dat kader zal veroordeelde na afloop van de ISD-maatregel in overleveringsdetentie worden geplaatst. Uit het strafblad van veroordeelde blijkt dat veroordeelde is gedagvaard voor de openstaande zaak met parketnummer 13/000872-22. Deze verdenking ziet op het plegen van twee vermogensdelicten in de periode dat veroordeelde wegens de beëindiging van de ISD-maatregel in vrijheid was gesteld.
Toetsingsverslag van 16 januari 2023
Uit het toetsingsverslag blijkt onder meer het volgende. Veroordeelde heeft een behandeling gevolgd bij de organisatie [organisatie] . Hier heeft veroordeelde een terugvalpreventieplan opgesteld dat hem helpt weerstand te bieden aan middelengebruik. Veroordeelde is correct in het contact en houdt zich aan de afspraken. Hij heeft een periode gehad, eind augustus/begin september 2022, waar hij tegen veel rapporten is opgelopen voor middelengebruik en ontolereerbaar gedrag. Veroordeelde heeft de draad weer een beetje opgepakt en is nu werkzaam bij de tuinploeg. Er lijkt sprake van een verbetering van gedrag en veroordeelde treedt meer in contact met personeel. De opheffing van de ISD-maatregel is niet aan de orde, in verband met een openstaande zaak. Afhankelijk van de uitkomst van deze zaak is er een mogelijkheid de ISD-maatregel te beëindigen door ministeriële goedkeuring, zodat veroordeelde kan worden uitgezet naar Roemenië. Op de zitting heeft de deskundige [naam 1] dit advies bevestigd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel moet worden beëindigd. Het doel van de maatregel – het beveiligen van de maatschappij en het voorkomen van recidive – wordt niet langer behaald, omdat de beëindiging van de ISD-maatregel niet tot gevolg zal hebben dat veroordeelde in vrijheid wordt gesteld. De titel van de overleverings-
detentie vangt namelijk aan zodra de ISD-maatregel eindigt. De feitelijke overlevering kan echter pas plaatsvinden als de ISD-maatregel is beëindigd. Veroordeelde is voornemens afstand te doen van zijn aanwezigheidsrecht bij behandeling van de openstaande zaak, zodat de openstaande zaak geen belemmering hoeft te vormen voor de feitelijke overlevering. Dit zal aan de orde komen tijdens de procedure bij de IRK ten behoeve van de feitelijke overlevering.
De veroordeelde heeft verklaard dat hij wil dat de ISD-maatregel wordt beëindigd. Hij wil graag terug naar Roemenië, waar hij nog een eerdere opgelegde gevangenisstraf moet uitzitten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel dient te worden voortgezet. Dit is noodzakelijk ter beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van recidive. Veroordeelde wordt er immers van verdacht gedurende de invrijheidstelling opnieuw strafbare feiten te hebben gepleegd. De uitkomst van deze strafzaak dient te worden afgewacht voordat de ISD-maatregel kan worden beëindigd. Verder geldt dat er in de overleveringsprocedure nog te veel onduidelijkheden zijn om met het oog op de feitelijke overlevering de ISD-maatregel te beëindigen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van deze procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat binnen afzienbare termijn kan worden voldaan aan een van de doelen van ISD-maatregel, te weten terugkeer naar het land van herkomst. Bij beëindiging van de maatregel zal veroordeelde in overleveringsdetentie worden geplaatst omdat bij uitspraak van de IRK van 14 december 2021 is beslist dat de uitzetting van de veroordeelde naar Roemenië is toegestaan. Daarmee wordt – ter bescherming van de maatschappij – voorkomen dat veroordeelde bij beëindiging van de ISD-maatregel in Nederland op straat zal belanden. Verder vindt de rechtbank het belangrijk dat de procedure tot overlevering naar Roemenië zo snel mogelijk tot stand komt. De rechtbank vindt voortzetting van de ISD-maatregel daarom niet langer noodzakelijk en zal beslissen dat de ISD-maatregel wordt beëindigd.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering, wordt daarom als volgt beslist.

3.Beslissing

De rechtbank
beëindigt de ISD-maatregelvan [veroordeelde] .
Deze beslissing is gegeven door
mr. B. Yeşilgöz, voorzitter,
mrs. M.A.E. Somsen en G. Oldekamp, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 februari 2023.