Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2023.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving sinds mei 2018 een bijstandsuitkering. De gemeente Amsterdam besloot in juli 2021 het recht op bijstand met terugwerkende kracht vanaf januari 2020 in te trekken omdat eiser als zelfstandig ondernemer werkzaam zou zijn geweest. Hiertegen werd geen bezwaar gemaakt, waardoor dit besluit rechtsgeldig is. Vervolgens vorderde de gemeente een bedrag van €13.716,91 terug wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht.
Eiser diende zijn bezwaar pas op 31 december 2021 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Hij stelde dat hij telefonisch uitstel had gekregen en dat een brief van de gemeente dit bevestigde. De rechtbank oordeelde dat de brief alleen uitstel van betaling betrof en geen verlenging van de bezwaartermijn. Er was geen bewijs dat de gemeente een nadere termijn had toegezegd.
De rechtbank overwoog dat termijnoverschrijding slechts verschoonbaar is als de oorzaak niet aan de indiener kan worden toegerekend, wat hier niet het geval was. Eiser mocht er niet van uitgaan dat hij later bezwaar kon maken. De aangehaalde arresten van de Hoge Raad waren niet van toepassing. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was, hoefde de rechtbank niet inhoudelijk op de terugvordering in te gaan. Wel werd opgemerkt dat eiser een verzoek tot herziening kan indienen als hij kan aantonen dat hij geen inkomsten uit zelfstandige activiteiten heeft gehad.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de terugvordering van bijstand wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard.