De VvE heeft een lid, eigenaar van een appartement, gedagvaard wegens het niet betalen van maandelijkse VvE-bijdragen en stookkosten. De achterstand bedroeg op 9 mei 2023 € 5.196,06, waarvan tijdens de procedure al betalingen zijn gedaan, maar een restant van € 1.873,09 bleef openstaan. De VvE vorderde betaling van deze achterstand, wettelijke rente, incassokosten en toekomstige maandelijkse bijdragen.
De gedaagde erkende zijn betalingsverplichting en stelde een betalingsregeling voor, maar de VvE ging hier niet mee akkoord. De kantonrechter oordeelde dat de VvE niet verplicht is een regeling te accepteren en wees de vordering tot betaling van de achterstand en incassokosten toe. De vordering tot betaling van toekomstige bijdragen werd afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen dat deze niet betaald zullen worden.
Daarnaast werden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen op basis van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.436,48 en aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.